De Dalai Lama is op weg naar Nederland. Goed, hij arriveert pas op 3 juni maar hij is ongetwijfeld al druk in de weer om te zorgen dat hij goed voorbereid in Nederland zal arriveren. We zijn niet voor niets een belangrijk land op het gebied van de propaganda voor de mensenrechten. Hij zal na zovele jaren van internationale reizen niet zenuwachtig meer zijn voor zo’n bezoek, maar een opgewonden spanning zal hij toch wel voelen!
De Dalai Lama is een man met groot internationaal aanzien, hij wordt met recht een geestelijk wereldleider genoemd. Voor zijn werk in het kader van de mensenrechten ontving hij in 1989 de Nobelprijs voor de Vrede.
Toch zal hij in Nederland niet door de Koningin en ook niet door de Minister-President ontvangen worden, maar terloops door de Minister van Buitenlandse Zaken. Dat wordt een informeel samenzijn, en dat is heel wat anders dan een officiële ontvangst.
De reden waarom hij niet officieel ontvangen wordt is ontluisterend. China maakt zich boos op ieder land dat de Dalai Lama officieel ontvangt. Dan ga je op “het strafbankje” bij de Chinezen en dat kost je handel. U en ik halen daar de schouders voor op: die gekke Chinezen, wat denken ze nou wel, ze zouden toch niet denken dat onze prinicpes voor geld te koop zijn? Onze politici denken daar anders over: zij hebben onze principes inmiddels al voor geld verkocht, en de Dalai Lama krijgt dus een toeristenontvangst, en niets méér. Alle handelsmissies naar China kunnen dus gewoon doorgaan.
Ondertussen worden de mensen die 20 jaar geleden op het Plein van de Eeuwige Vrede in (toen nog) Peking protesteerden voor uitbreiding van de vrijheid van meningsuiting nog steeds vervolgd. De man die ooit voor de tanks ging staan, is verdwenen. Anderen wordt op barbaarse wijze het zwijgen opgelegd zodat over die periode in de recente Chinese geschiedenis niet meer kan worden gesproken.
En Nederland zwijgt ook, waar het toch ooit heeft gesproken. Waar we ooit opkwamen voor Israel ten koste van een olieboycot. Waar we ooit weigerden Outspan sinaasappelen te eten. Waar Max van der Stoel het kolonelsregime in Griekenland verketterde en later tot grote boosheid van het regime op bezoek ging bij Charta ’77 in (toen nog) Tsjechoslowakije. Waar we ooit “Johnson moordenaar” scandeerden tegen de oorlog in Vietnam. Waar de principes van vrijheid van meningsuiting zo hoog in het vaandel staan. Dat zelfde land verkoopt die reputatie voor 30 zilverlingen. Het is om je rot te schamen. Over principes valt niet te onderhandelen.
Het is de VOC-mentaliteit waar onze Minister-President ooit voor pleitte. Toen we de wereldzeeën bevoeren, wereldheersers waren, mensenrechten aan onze laars lapten en een profijtelijke mensenhandel bedreven. Dat was nog eens goed geld verdienen. De crisis van vandaag de dag is niet zo zeer een financiële crisis, het is met name een morele crisis. We laten ons door verkeerdewaarden regeren, en dat kan niet lang goed gaan.




