De crisis sluipt door het Nederlandse bedrijfsleven en richt grote schade aan. Toch zijn er momenten waarop je je afvraagt of er wel een crisis is. Veel restaurants zijn nog vol geboekt voor de komende weekends, bij populaire uitgaansgelegenheden zie je nog volle zalen, ruim lachende mensen, en loopt het geld je ongeveer over de schoenen.
Toch is die crisis er wel degelijk. Soms lees je het in de krant, soms hoor je het in gesprekken met ondernemers.In de komende weken zal duidelijk worden hoe groot de schade op dit moment is.In maart zullen de eerste omzetcijfers van het Nederlandse bedrijfsleven bekend worden. Niemand zal verbaasd zijn als we dan officieel weten dat de economie in Nederland krimpt, en de algemene verwachting is ca 2 procent. Het feit dat weinig mensen daarvan zullen opkijken geeft al aan, hoe snel we ons neergelegd hebben bij het gegeven van ‘economische krimp’. En dan te bedenken dat we zo enorm afhankelijk met elkaar zijn van groei. Misschien moet bij velen nog het besef doordringen, wat economische krimp écht betekent. Dat is niet ‘een beetje minder méér’, nee dat is ‘veel minder’. En wellicht ook geen 2% maar 4-5%.
Ondertussen zien we ook de omliggende landen lijden onder de economische krimp, en zo hobbelt heel Europa richting een economisch dieptepunt ten gevolge van de crisis.Voor sommige landen is dat de eerste keer sinds de Tweede Wereldoorlog.
Welk effect dit kan hebben op samenwerking tussen de landen in Europa, is de grote vraag. Het enige dat je kunt zeggen is dat we hiermee in verleden niet zo’n goede ervaring hebben. Ik kijk nauwlettend naar de Europese leider die zich er op dit moment druk over maakt om ‘de boel bij elkaar te houden’, maar ik zie hem of haar niet. Eigen volk eerst, lijkt het stilzwijgende parool. Nederland en België doen daaraan ook mee, en dat staat ons niet netjes, gegeven onze rijke Benelux-historie, die toch de voorloper van de Europese samenwerking was. De bijna triomfantelijke manier waarop Bos en Balkenende hun onderhandelingsresultaat met België bij de splitsing van Fortis vierden, verdient geen schoonheidsprijs. Het ontaardde nog net niet in een burenruzie, maar veel gelachen wordt er momenteel niet. Een goede buur is beter dan een verre vriend, dus een briefje van Balkenende naar zijn Belgische collega’s zou wel een goed idee zijn. Een beetje meer warmte graag.
We hebben leiderschap nodig in deze tijd. Na de roemloze afgang van een aantal bewierrookte ‘coryfeëen’ uit het bedrijfsleven, dringt het besef weer zo langzamerhand door dat we dat leiderschap niet in één persoon moeten zoeken. Geen CEO-model meer dus, geen mannetjesmakerij.
Het leiderschap zullen we moeten vinden in onze regering, in de koepelorganisaties binnen onze samenleving, in de bedrijven en instellingen, en in onze eigen persoonlijke omgeving. Op alle fronten scoren we daarop niet goed, is mijn observatie.
Hoe doet de regering het? Niet zo best, zal ik u zeggen. De minister-president bekommert zich om zijn politieke verleden inzake Irak in plaats van de toekomst van dit land. De minster van Economische Zaken huilt krokodilletranen over de splitsing in de energiesector, terwijl haar minsterie op dat dossier al een decennium lang faalt. Haar secretaris-generaal heeft, voor het eerst in de historie van het departement, maar besloten niets meer te zeggen dat met toekomsvisie te maken heeft en bewijst daarmee het bijna-failliet van het minsiterie. Ook het maatschappelijk middenveld, de vakbonden en de werkgeverorganisaties, volgen deze lijn. Stokpaardjes, oude standpunten, niets nieuws, niets waaruit een visie op de toekomst uit blijkt. Wat er niet is, kan ook niet verteld worden.
Er is maar één minister die zijn werk goed lijkt te doen, en dat is Wouter Bos. Hij is in ieder geval de enige politicus die daadkrachtig is én uitlegt waarom hij gehandeld heeft én aangeeft wat hij nog op ons af ziet komen. Hij doet zijn werk met verve, en daarbij helpt zijn ego hem.
Het misverstand zou kunnen zijn, dat Bos cs alle problemen van alle banken zou kunnen oplossen, en dat als de problemen van de banken maar opgelost zijn, de economie ook weer gaat groeien.
Ten eerste kan Bos niet het hele bankenprobleem oplossen. De problemen kunnen heel makkelijk te groot worden voor het Ministerie van Financiën als er ook een wereldwijde onroerend goed crisis losbarst, dan is er ook voor het Ministerie van Financiën geen houden meer aan. Pensioenfondsen, banken, beleggingsmaatschappijen zullen dan in grote problemen komen, en dat voor bedragen die ook de Nederlandse Staat uiteindelijk niet kan absorberen.
Ten tweede heeft Bos een veel groter probleem: hoe zal ‘het bankenlandschap’ er straks ná de crisis uitzien? ABNAMRO zal nooit meer zijn vertrouwde rol spelen, en Fortis zoekt na de recente echtscheiding naar een nieuwe rol binnen de Nederlandse economie. En hoe staat op dat moment de vlag bij ING er dan voor? En de kleinere banken, die veel minder uithoudingsvermogen hebben en die hopen dat de ecnomische lente nu heel gauw aanbreekt, zullen zij nog overleven en weer opstaan?
Bos kan dus op de korte termijn politici benoemen bij ‘zijn banken’, zijn oude baas Gerrit en zijn ceremoniemeester Joop, en hij kan goedkeurend toezien hoe een andere politicus bij de DSB de rol van Gerrit oppakt. Maar zijn échte probleem is dat de financiële sector ooit weer de ‘nutsrol’ in de Nederlandse economie moet gaan spelen, en dat betekent dat er regie moet komen op de inrichting van die financiële sector, en denkkracht waaruit een visie op de toekomst blijkt. Dat alles ontbreekt op dit moment nog, en dat is wel logisch want het dieptepunt van de crisis is nog lang niet bereikt. Bouwen komt pas weer aan de orde als het water gaat zakken, de wind gaat liggen, en de donkere wolken plaats maken voor een streepje luiht.
Voorlopig is dat streepje licht nog niet te bekennen, helemaal niet zelfs zou ik durven beweren. En op deze manier gaan we ondanks een dapper optreden van Bos het niet redden. Tenzij we nu een hernieuwde visie op de financiële sector ontwikkelen, nieuwe verbeterde concepten verzinnen, oude waarden en normen uit het bankwezen afstoffen en in een modern jasje steken.
Dat zijn de kernvragen die vragen om leiderschap. Want als alle wonden verbonden zijn, en alle pleisters geplakt, is het tijd om de genezing ter hand te nemen. En die tijd is nog niet aangebroken.
Rutger Koopmans
8 februari 2009




