Het is crisis en dat moeten we deze week weer uitgebreid weten. De Miljoenennota was alweer uitgelekt omdat een PvdA-‘talent’ in de Tweede Kamer, Paul Tang, zo stoer was om zijn vrienden bij RTL de vertrouwelijke stukken te geven. Maar ook ondanks het uitlekken wisten het allang: het is crisis. Ook de Troonrede had een weinig verrassende boodschap: landgenoten, het is crisis.
Overal waar ik kom, hoor ik het. “Hoe gaat het” vraagt iemand. “Goed, gegeven de omstandigheden”, antwoordt de ander. “Last van de crisis?”, vraagt de één dan weer. “Ja, natuurlijk wel een beetje”, zegt de ander dan weer. En vervolgens keuvelen ze verder over mogelijke lichtpuntjes en hoe lang de crisis nog zal duren en concluderen dan: ”ach ja het is even een kwestie van uithouden”.
Ik heb mijn buik vol van die crisis. Het komt te veel mensen wel goed uit dat het crisis is. Hoef je tenminste niet meer zo hard te rennen, niet meer zo hard na te denken, niet zo veel te veranderen. Verkoopdoelstellingen worden onderhandelbaar. Groeicijfers worden met potlood geschreven. Iedereen zit achterover of hangt wat met de schouders naar beneden. Even rust, want het is crisis.
Als je met een beetje historisch besef naar de zaken kijkt, weet je toch niet wat je ziet. Een rijk en welvarend land, met doorgaans heel gelukkige mensen, die er over het algemeen kerngezond uitzien. De lampjes branden op straat en in de kroegen en restauranten. Jonge meisjes, jonge jongens en oudere mannen die daarbij willen horen zoeven met hun Vespa’s door het stadsbeeld. Hoe kun je op de top van welvaart en welzijn nu spreken van een ‘crisis’? Wie heeft dat eigenlijk verzonnen?
Als je met een beetje mensenkennis naar de zaken kijkt, zou je het wel weten. Ik zou de mensen geen moment de kans geven in alle rust af te wachten totdat ‘de crisis’ weer voorbij is. De crisis is geen van buitenkomende onheil dat straks uitgewerkt is, zoals overtrekkend onweer. Ik zou mijn doelstellingen ook zeker niet bijstellen. Niets geen teruglopende winsten accepteren. Niets geen oplopend begrotingstekort accepteren. Niets geen inactiviteit gedogen. Waar de mensen namelijk in werkelijkheid op wachten bij hun leidinggevenden is een heldere éénduidige boodschap: je ziet maar hoe je het voor elkaar bokst, maar we zullen echt onze doelstellingen moeten halen. Dat geldt collectief, en dat geldt individueel. Wat we collectief niet halen zullen we individueel moeten oplossen.
Als het crisis is, dan moet het voelen als crisis. Dat voelt het niet als je alles meteen van het haakje afhaalt. Het voelt ook niet als crisis als je telkens een ander kunt beschuldigen van het feit dat je in deze crisis terechtgekomen bent. Daar kom je helemaal nergens mee. Het is jouw probleem en jij moet er iets mee!
Leiding geven in tijden van crisis betekent het tegenovergestelde van wat je nu om je heen ziet. Je moet de teugels niet laten vieren, je moet strak vast blijven houden aan het budget en de doelstellingen, je moet het probleem ook écht een probleem laten zijn, en je moet de oplossingen niet uit de weg gaan of voor je uitschuiven. Als het ergens pijn doet, dan moet je dáárop juist je vinger leggen. Als je dat altijd doet en als je het gedrag voor iedereen laat gelden, ben je consequent. Dan wordt ook alles vloeibaar onder die druk, en worden er oplossingen gevonden die niemand misschien voor mogelijk had gehouden. Als de nood het hoogst is, viert de creativiteit en inventiviteit hoogtij. Crisis managers weten dat, en goede managers trouwens ook, die creëren om die reden soms een crisis. Om me heen zie ik te veel leiders zich verschuilen achter de crisis. Deze crisis is gemaakt door mensen en wordt in stand gehouden door mensen. We ontberen momenteel de leiders die ons de pijn ervan doen voelen, die met goede oplossingen komen en die ons dwingen zelf de beste oplossingen te vinden.
Heeft u nog een goede oplossing voor de crisis? Mijn mailbox staat open voor iedere suggestie.
Rutger Koopmans
16 september 2009




