reflecties op 2009: armoede, het probleem (1)

ingevoerd op 23-12-2009

Gepubliceerd:

Als ik terugkijk op 2009, dan kom ik er niet onderuit om ‘armoede’ als belangrijk thema te benoemen. Het is in mijn poriën gaan zitten, in mijn ingewanden, in mijn hele wezen. Daar zal het ook wel blijven.
Ik ben met de armoede inhoudelijk geconfronteerd door een verzoek van Freek Ossel, wethouder Werk & Inkomen van de Gemeente Amsterdam. Hij benoemde een commissie onder mijn voorzitterschap met de opdracht om te komen met vernieuwende ideëen over de bestrijding van de armoede in Amsterdam. Dat was in 2008, en in december van dat jaar presenteerde onze commissie haar conclusies. Natuurlijk is daar sindsdien niets mee gebeurd. Te vernieuwend misschien? Het zou kunnen. Een Noord-Zuid lijn die alle bestuurlijke aandacht opeist? Was het maar waar. Of misschien toch de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen en de fusie van de deelraden in Amsterdam? Waarschijnlijk komen we dan dichter bij de waarheid. Feit is dat er weinig mee gebeurd is, zoals er met meerdere belangrijke onderwerpen niets gebeurt. Aan de belangrijke zaken branden de bestuurders hun vingers niet, en daar zit wat mij betreft ook de oorzaak van de vertrouwenscrisis in de politiek, in het openbaar bestuur in het algemeen, in de toekomst van onze samenleving. Wie gelooft er nog dat grote problemen oplosbaar zijn en grote uitdagingen haalbaar zijn? Er gaat te weinig goed en er wordt te weinig met twee handen aangepakt door de bestuurders om dát geloof nog levend te houden. Dát maakt dat andere krachten de discussie gaan overheersen, de onmacht ten top.
Armoede. Eén op de tien Nederlanders, maar in Amsterdam één op de vijf a zes Amsterdammers ‘lijdt’ eraan. In Heerlen, Emmen en Almelo is het al niet veel beter. Leven op het richeltje. Weinig geld, weinig kansen, weinig geloof in een betere toekomst, weinig vertrouwen in 2010. Daarvoor in de plaats veel schaamte, stille armoede, isolement, proberen het koppie niet te laten hangen, of niet weten hoe het koppie boven water te houden. Door mijn activiteiten ben ik het afgelopen jaar ‘doordrenkt’ met armoede. Ontkennen is er niet meer bij.
Vijf conclusies en aanbevelingen hadden we vorig jaar voor B&W Amsterdam. Ten eerste: benoem een doelstelling voor je beleid en zeg hoeveel mensen je uit de armoede wilt hebben en ook wanneer. Ten tweede: smeed een coalitie met andere partijen, ook private partijen, om de armoede te lijf te gaan, dus denk als overheid niet dat je het alleen kan of moet. Ten derde: laat de mensen die een voorziening krijgen ook iets terugdoen daarvoor als tegenprestatie. Behandel ze als daarmee als volwassen burgers en niet als slachtoffer om te voorkomen dat ze worden hoe je ze behandelt: hulpeloze burgers. Ten vierde: schrap een boel voorzieningen en maak er één grote pot van, want niemand ziet nog de bomen door het bureaucratische bos. En ten vijfde: laat ons de schuldhulpverlening hervormen want die deugt niet, qua aanpak, qua instrumentarium en qua uitkomsten.
Toen we er met het College over spraken, bleek dat men echt door had waarover het gaat. Blijkbaar voelde men zich minder verantwoordelijk voor de vertaling van dat begrip in daden, in beleid, in resultaten. Dat is een andere rolverdeling in de politiek bestuurlijke omgeving, zo heb ik geleerd. De burgemeester en de wethouder, ze komen ermee weg. Ik sta versteld, maar het is toch zo!
Ik kan niet meer tellen met hoeveel instanties, met hoeveel politici, met hoeveel burgers, met hoeveel bedrijven, met hoeveel welzijnsinstanties en met hoeveel overheidsinstellingen ik over armoede gesproken heb in 2009. Ik weet niet meer hoeveel mensen ik verbijsterd heb met de realiteit van armoede in Nederland. Allemaal feiten. Zo veel mensen, zo veel kinderen, zo veel éénoudergezinnen, zó veel hardnekkigheid. Bijna 80% van de mensen in de armoedegroep zit al drie jaar of langer in die situatie. Dat is ronduit vreselijk, dat richt een sociaal schot op tussen mensen, dat is een immens verlies van rendement op menselijk talent voor onze maatschappij en dat is dus slecht voor het algemeen belang en totaal onacceptabel binnen de normen van de verzorgingsstaat. Maar het is ook strijdig met onze christelijke waarden en normen en met de boodschap van de Koran.
Ik heb een paar dingen geleerd dit jaar als het om armoede gaat. Dat het een tikkende tijdbom onder onze samenleving is. Als we het blijven adresseren op de manier waarop we het bestuurlijk nu doen, verliezen we een hoop vertrouwen, menselijk kapitaal en stabiliteit. Ik vraag me dan echt af hoe we de samenleving uiteindelijk bij elkaar willen houden.
Tegelijkertijd is armoede ook een onderwerp waaraan veel instanties, publiek en semi-publiek, hun geld verdienen en hun status ontlenen. Stel dat we de armoede halveren in ons land, dan zou dat een heel aantal ambtenaren en welzijnswerkers in verlegenheid brengen.
De enige oplossing voor de armoede ligt buiten het paradigma van onze huidige verzorgingsstaat. Dat doet ‘au’ als ik dat zeg, maar ik heb het bijna niemand horen ontkennen in al die gesprekken die ik heb gevoerd. Dat betekent dat we het over een wezenlijk andere boeg moeten gooien willen we uitkomen in een maatschappij waarin minder mensen uit de boot vallen en méér mensen hun talent mogen ontwikkelen. De oude verzorgingsstaatgedachte van de 20ste eeuw moet dan vervangen worden door een nieuw denkraam met hetzelfde menselijke gezicht maar met een wezenlijk andere inhoud. In dat denkraam hebben we het niet over mensen als slachtoffers van hun situatie, maar over mensen die in alle omstandigheden gevraagd wordt hun eigen kracht te mobiliseren met behulp van hun omgeving. Dat nieuwe paradigma heb ik voor u paraat, en dat zal ik u in het tweede deel van deze reflectie presenteren. Eerst dit maar eens laten bezinken.....
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Rutger Koopmans.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design De Graaf & Partners