Armoede: de oplossing

ingevoerd op 28-12-2009

Gepubliceerd:

In een vorige column schreef ik over de armoede in Nederland en hoe dat onderwerp mijn aandacht heeft geconfisceerd in 2009. Ik beloofde terug te komen met de oplossing.  Dat klinkt alsof ik een grootse wetenschappelijke uitvinding heb gedaan, alsof ik Newton’s theorie van ze zwaartekracht en Einstein’s relativiteitstheorie kan weerleggen. Ik haast mezelf te zeggen dat ik zoiets baanbrekends niet heb uitgevonden. Het is eigenlijk veel simpeler dan dat. Het gaat – alleen maar – om het maken van alternatieve keuzes. Natuurlijk is de armoede uit te bannen. Als de ene helft van de mensheid dat écht wil, dan bestaat er voor de andere helft geen armoede meer. De realiteit is dat op dit moment de armoede wel goed uitkomt voor de ene helft, want het alternatief zou de bestaande (machts-)verhoudingen danig verstoren. Een provocerende stelling misschien , maar probeer hem maar eens te weerleggen.
Maar dat zijn allemaal wereldlijke bespiegelingen, ver weg van ons bed in Nederland. En hier in Nederland heerst ook armoede, daar mogen we geen doekjes om winden. Elke keer als ik erover schrijf of spreek, word ik benaderd door mensen die in die situatie terecht gekomen zijn en mij hun levensverhaal vertellen. Het zijn met name hun verhalen die mij drijven om dit onderwerp op de agenda te houden.
Toch was het ver buiten Nederland waar de eerste gedachten over de oplossing van armoede bij mij opkwamen. Geen revolutionaire gedachten, maar wél een optelsom van observaties, een volgend station op een traject van bewezen successen. Ik was in het zuiden van India en bezocht een microfinancieringsproject vlak buiten Bangalore. Nou ja: het was vier uur rijden vanaf Bangalore en zes uur terug (na de regen). In Hanur werden we ontvangen en maakten we kennis met zgn ‘self help groups’, drie groepen van ca 20 vrouwen die in een project samen waren gebracht om een verbetering aan te brengen in hun leven. De foto’s die ik op die dag gemaakt heb draag ik bij me waar ik ook ga ter wereld. De beelden zijn op mijn netvlies gebrand. De ervaring op die dag heeft mij geleerd hoe essentieel ‘zelfredzaamheid’ is voor de mens. Zelfredzaamheid is de ruggegraat van waaruit je opereert. Het is je trots, je zelfvertrouwen, je basis. Het geeft je het vertrouwen om dingen aan te pakken, om plannen te maken en uit te voeren. In Hanur, in het zuiden van India, heb ik gezien hoe zo’n 60 vrouwen, in de leeftijdscategorie van 16 tot 76 jaar, die kracht in elkaar hadden gevonden. Hun vijfjarenplan dat ze twee jaar geleden hadden gemaakt, was al bijna volbracht. Vol trots zaten ze tegenover ons, ze overdonderden mij met hun aanwezigheid, hun succes, hun energie. Ze stalen mijn hart en wonnen voor eeuwig mijn sympathie en diepe respect. Deze vrouwen hadden, met een klein beetje hulp, hun eigen kracht gevonden en benutten die ten volle. Later leerde ik dat zo’n dertig miljoen vrouwen in India op deze manier op eigen kracht een weg uit hun armoede hebben gevonden. Dat besef raakte mij diep.
In 1982 schreef ik als politicoloog een afstudeerscriptie over de toekomstkansen van de verzorgingsstaat. Ik had dat onderwerp gekozen omdat ik een diepe wens koester deze wereld in een betere staat achter te laten dan ik haar heb gevonden. Ja, ik ben een echte wereldverbeteraar in het diepst van mijn gedachten. Armoede is de achterkant van de verzorgingsstaat, de donkere zijde van de volle maan die wij vanaf de aarde niet kunnen waarnemen. Ze is er wel, we willen haar misschien niet zien maar we kunnen haar simpelweg niet ontkennen.
De armoede in Nederland is niet anders oplosbaar dan de armoede in India. Wie niet meedoet moet leren wél mee te doen. Wie de competenties mist om te concurreren moet die aanleren. De vrouwen van Hanur hebben verantwoordelijkheid genomen voor hun leven om voor hun kinderen een betere wereld achter te laten. Hoop op een betere toekomst houdt een mens gaande in zijn ontwikkeling, al het andere leidt tot stilstand en tot weinig goeds. Armoede in Nederland is dus alleen maar oplosbaar als we mensen zélf verantwoordelijk houden voor hun situatie en die verantwoordelijkheid niet van hun wegnemen. Het aapje moet op de juiste schouder blijven zitten. Zelfredzaamheid, op welke manier dan ook bereikt, is de enige weg waarlangs mensen voor zichzelf een betere toekomst kunnen veiligstellen. Niemand anders dan zij zelf kan dat bewerktstelligen. Ze mogen zich wenden tot de maatschappij om hun bij die taak te ondersteunen maar niet om aan de maatschappij die taak over te dragen. De verzorgingsstaat doet dat wél: zij maakt van een individuele situatie een collectief probleem. Dat was prima in de dagen van mijn vader en moeder, want zij hebben zich tijdens en na de oorog veel opofferingen getroost om het land weer op zijn benen te krijgen en zij mogen terecht aanspraak doen op een collectieve verantwoordelijkheid voor hun welzijn. Voor wie zoals ik na de oorlog geboren is en alle verworvenheden van de verzoringsstaat heeft mogen gebruiken om zichzelf te ontwikkelen geldt wat mij betreft het omgekeerde: neem je eigen situatie ter hand en regel zelf je toekomst. Dat betekent wat mij betreft géén AOW en géén kinderbijslag  en nog een aantal andere wijzigingen in ons sociale stelsel. Ons land is rijk genoeg om ieder van ons voor zichzelf te laten zorgen. Wie dat niet kan, moet dat alsnog leren. Iedereen moet verantwoordelijk zijn voor zijn eigen keuzes en zijn eigen levenspad. We zullen graag zorgen voor de mensen van wie we dat vanwege gezondheid, psychische gesteldheid of leeftijd niet mogen verwachten. Maar zelfredzaamheid móet het uitgangspunt zijn, ook in Nederland. Daar willen de politici misschien nog niet aan, maar dat deert mij niet. Ik heb gezien dat het werkt. Dat heb ik in Hanur geleerd, en het is de enige heilzame weg voor ons eigen land.

©RK 281209
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Rutger Koopmans.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design De Graaf & Partners