Het einde van mijn sabbatical komt in zicht. Misschien verbaast het u. In dat geval vermoedde u dat ik zo langzamerhand zó verknocht ben aan mijn ‘vrijheid’ dat ik die voor geen ‘baan in de wereld’ meer zou opgeven. Misschien verbaast het u ook niet. In dat geval vermoedde u dat ik mij al die tijd heb lopen bezinnen op een mooie ‘come back’ in de markt. Ik kan u zeggen, dat u allebei een beetje gelijk hebt.
Ik raakte er gedurende 2007 van overtuigd dat de financiële sector op een tijdbom zat. Ik zag de hype rondom private equity, ik had kritiek op de hang naar het verkopen van zoveel mogelijk produkten aan cliënten, ik zette vraagtekens bij de bonuscultuur en ik begreep niets van het ‘wheel of fortune’ dat draaide in de financiële markten met behulp van een maximale hypotheekproduktie. Ik heb er veel over nagedacht, heb het vaak proberen te rijmen en kwam er uiteindelijk niet uit. Wat ik wél wist is dat mijn ‘oude vak’, nl het adviseren van cliënten, het tevreden stellen van mijn cliënten met produkten en diensten van mijn bank, er steeds meer bij inschoot. Toen hakte ik de knoop door, en zei ING vaarwel. Althans, als werknemer, niet als ‘vriend van het huis’.
In de maanden die volgden, brak de storm over de financiële sector los. Storm? Zeg maar orkaan. Alles wat los en vast zat in die wereld werd op zijn kop gezet. Reputaties sneuvelden, banken sneuvelden, de sector schudde op zijn grondvesten en de overheid was de reddende engel van de systeembanken. Die term, ‘systeembanken’, kenden we overigens tot voor de crisis óók niet.
Gedurende die orkaan hield ik mij bezig met een aantal activiteiten. Ik adviseerde een aantal bedrijven, ik zat in de soort commissaris-rol bij een bedrijf en ik continueerde mijn activiteiten met betrekking tot India. Zo halverwege 2009 wist ik het zeker: dit gaat niet een lang leven beschoren zijn. Ik had mezelf gedegradeerd tot de zoveelste “éénpitter” in de financiële dienstverlening. Ik had geen sterke organisatie meer achter me staan. Ik kon niet meer terugvallen op een reputatie, niet meer gebruik maken van de grote hoeveelheid kennis die een groot concern herbergt. Kortom, ik voelde aan alle kanten de beperkingen van het ZZP-bestaan.
Ik heb die beperkingen uiteindelijk als een leerproces van deze periode leren omarmen. Ik neem ze dus mee als lessen in de volgende fase van mijn werkende bestaan. Het zijn soms saillante lessen. Ik heb gemerkt hoe het betalingsgedrag is van sommige bedrijven bijvoorbeeld. In het begin deed ik dat nog schuchter maar ik heb geleerd assertief te zijn als er wederom een gerenommeerd bedrijf aanspraak maakte op mijn zoveelste aanmaning. “Betalen!”, heb ik leren zeggen. Ik heb ook gezien hoe mensen overvallen worden door een acute aanval van geheugenverleis als er afspraken moeten worden nagekomen. Ik heb gemerkt hoe de overheid de ZZP-er behandelt: het is een eer om voor de overheid te mogen werken en alleen bij waterdichte contracten zal de overheid overwegen de ZZP-er te betalen. Maar ook dat is niet altijd zeker.
Deze ervaringen heb ik opgeslagen en ik heb geprobeerd er geen negatieve energie bij te voelen. Ze staan wél op de harde schijf: voor als je in de toekomst nog eens iemand tegenkomt, begrijpt u wel. Stel dat de gelegenheid zich voordoet, dan heb je nog eens iets om over te beginnen.
Heel veel genoegen heb ik ervaren door mijn werk in het kader van de armoedebestrijding. Ruim anderhalf jaar heeft het dossier “armoede” het overgrote gedeelte van mijn werktijd bestreken. Ik deed dat gezien de aard van het onderwerp onbezoldigd. Het gaf me de gelegenheid om in vrijheid met onorthodoxe ideeën te komen. De meeste van die ideeën liggen nog in lades, zijn verstopt in mails en brieven die ik over dit onderwerp aan menigeen verstuurd heb en worden nog als “naïef en onhaalbaar” bestempeld. Ik weet dat zulks het lot is van de ‘out of the box’ denkers, ik ben niet de eerste, niet de enige, en zeker ook niet de laatste. Ik zal het armoededossier nooit helemaal loslaten, maar het zal wat tijd duren alvorens mijn ideeën in enigerlei serieuze vorm uitgevoerd worden. Tegen die tijd zal er een andere wind waaien door Nederland en zal de zelfredzaamheid van burgers (niet alleen individueel maar ook collectief binnen gezin en familie) een veel sterkere nadruk krijgen in onze nieuwe moderne toekomstvaste verzorgingsstaat. Misschien ga ik daar nog wel eens een bestuurlijke rol in vervullen.
Ik heb natuurlijk vaak gedacht hoe mijn reis zou eindigen. Fout: wat mijn volgende tussenstop wordt op die reis, want de reis wordt altijd vervolgd. Ik had graag mijn tanden gezet in een publieke organisatie. Die bestemming is het niet geworden. Mijn volgende halte brengt mij terug naar huis, lijkt het wel. Terug naar de advisering van cliënten, althans daar ziet het naar uit. Ik was daar voor mezelf al aan begonnen, en zet dit nu voort in een groter verband. Terug dus naar een organisatie, terug naar een kennisplatform, terug naar “wij”. Dat voelt goed.
Binnenkort vertel ik er meer over, watch this space. Ik geniet nog even van de vrijheid!




