Cirkels

ingevoerd op 18-4-2010

Gepubliceerd:

Toen ik mijn sabbatical begon, wist ik niet hoe het einde eruit zou zien. Ik verliet met een opgelucht gevoel mijn toenmalige leven. Opgelucht omdat het zo leuk was geweest en het me zoveel had gegeven. Opgelucht ook omdat ik voelde dat ik aan iets nieuws toe was, iets anders. Nu, bijna twee jaar later, sta ik op het punt een knoop door te hakken en denk ik terug aan hoe ik me in 2008 het einde van het sabbatical voorstelde. Ik draaide een cirkel. Sta ik voor iets nieuws, of is het méér van hetzelfde maar dan op een andere manier? Ingewikkeld allemaal.
Het heeft te maken met die innerlijke drijfveer, noem het maar mijn droom. Ik wil een zinvolle bijdrage leveren aan de wereld. Vanaf mijn 8e jaar vulde ik dat in door te zeggen dat ik wel minister-president wilde worden. Dat was meer symbolisch overigens dan letterlijk. Later gaf ik er een bredere invulling aan. Ik heb wel eens met de mogelijkheid gespeeld om over te stappen naar het Ministerie van Economische Zaken. Ik noem dat altijd het ministerie van de toekomstige economische groei, want als het goed is wordt dááraan gewerkt binnen dat ministerie. U en ik weten dat dat níet gebeurt, dus met name dáárom wilde ik wel gaan werken in dat ministerie. Dat was ook wel weer een doorbreking van het patroon: iemand vanuit het bedrijfsleven naar een overheidsfunctie, inclusief de salarisachteruitgang die daarmee gemoeid was. Toen puntje bij paaltje kwam koos de zittende minister voor een deskundige ambtenaar die al 25 jaar in overheidsdienst functioneert en het Haagse bestel van binnen en buiten kent. Ik was er niet rouwig om vanwege de toenmalige omstandigheden, maar later heb ik nog wel eens verzucht hoe leuk het zou zijn geweest als die baan wél was doorgegaan. U kent die mijmeringen wel: ‘stel dat.....’. Enfin, niet dus.
Toen ik tijdens mijn sabbatical het besluit nam om weer actief aan de slag te gaan, bewoog ik mij dan ook bewust in dezelfde richting. Overheid, publiek belang, brugfunctie tussen private en publieke sector, besturen of adviserend aan het bestuur, publiek of semi-publiek, het leek me op het lijf geschreven. Het plan om de Olympische Spelen naar Nederland te halen leek mij helemaal top. Dat wilde ik doen! Tsjonge wat heb ik daar een energie in gestopt. Maar de OS komen helemaal niet naar Nederland, althans niet als je ziet hoe de besluitvorming daarover loopt. Nederland is overdekt met een dikke laag stroop, ook bij dit onderwerp, en daar stikken we bijna onder. Pas als we die strooplaag van bestuurders en belanghebbers doorbreken is onze Olympische ambitie meer waard dan een verkiezingsbelofte.
Ik heb ook gegeken naar de wereld van de woningbouwcorporaties, dat leek me een prachtig publiek belang dat alleen gediend kan worden met een solide (sociaal-) economische basis, en die ontbreekt bij tal van corporaties. En dus meldde ik me aan de poort als een potentieel (interim-)bestuurder of toezichthouder. Maar ook hier gebeurde wat ik al eerder zag: de zittende macht koos voor mensen ‘uit het vak’, liefst ook wat ouder, minder bedreigend en genietend van de betaalde nevenfunctie die op deze manier nog op hun pad komt.
Mijn pro deo werkzaamheden in het kader van de armoedebestrijding leerde mij ook de overheid van binnen kennen. Met mijn nobele doelstelling om de armoede te halveren, maakte ik geen instantie of ambtenaar enthousiast. Te laat ondekte ik waarvoor Prof Sewandono me al waarschuwde, nl dat de tegenstand tegen verandering binnen het apparaat ligt en niet binnen de politiek. “Als we hem in huis halen, moet er meteen zoveel veranderen”, verzuchtte ooit eens iemand tegen een vertrouweling. “Gelukkig wel”, wilde deze antwoorden, maar hij zag aan de ogen van de ambtsdrager dat dit geen gewenst antwoord was.
Ik ben in de loop der tijd wat sceptisch geworden over de mogelijkheid om vanuit de private sector een rol te gaan spelen in de (semi-)publieke sector. Het omgekeerde lijkt me al minstens zo moeilijk. Je hebt niet de achtergrond, je spreekt niet de taal, je zit cultureel écht op een ander spoor en je raakt vrij gauw ‘verstrikt’ in spaghetti-discussies. Dat is een discussievorm waarbij een mogelijke oplossing van het probleem verborgen blijft onder een telkens wijder vertakkend probleem. Als je iets maar ingewikkeld genoeg maakt, wordt zelfs het meest simpele probleem complex. We mogen niet vergeten dat ‘het apparaat’ leeft van die voortdurende complexiteit. Politici zijn bestuurders geworden, ambtenaren hun adviseur, en de ‘status quo’ hun grootste zekerheid. Managers in grote organisaties zijn politici, en hun gedrag is eender. Een zekere revolutie in onze maatschappij is dus nodig om verandering teweeg te brengen en die ga ik in mijn eentje niet ontketenen. Dat gebeurt ooit vanzelf leerde Marx ons en dat gaat sneller dan je denkt.
Ik ben in twee jaar sabbatical dus in een grote cirkel gedraaid door een heelal van mogelijkheden en land straks waarschijnlijk dichtbij de plek vanwaar ik opsteeg. Tenzij er iets geks gebeurt. Het was een prachtige reis met een verrassende bestemming, althans voor mij.
Ik heb geleerd dat Nederland opgebouwd lijkt uit cirkels, die even krachtig als gesloten zijn. Kruisbestuiving vindt nauwelijks plaats. Dat geldt voor alle sectoren in onze samenleving, niet alleen de publieke zaak. En op die manier gaat veel talent, creativiteit, ervaring en ‘vers bloed’ verloren voor plekken waar daaraan juist een grote behoefte bestaat. De kunst wordt om die cirkels met elkaar te verbinden. Misschien moet je daarvoor wel minister-president zijn. Tja, dus toch.

Rutger
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Rutger Koopmans.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design De Graaf & Partners