De verkiezingen komen er aan en de retoriek is alweer losgebarsten. Een ouderwetse links-rechts strijd lijkt zich te ontwikkelen. Ik word er niet echt vrolijk van. Ik roep al langer dat we geen behoefte hebben aan ‘oude politiek’, aan politieke bekvechterij, aan grote beloften en een matige executie. We kunnen het ons ook helemaal niet veroorloven, lijkt mij. Ik hoop altijd nog dat het gezonde verstand een keer gaat doorbreken, maar mijn hoop lijkt ijdeler te worden naar mate de politici ook steeds ijdeler worden. Wat is dat toch, dat narcisme van politieke leiders die schreeuwen om aandacht voor hun mening? Niet de inhoud maar de verpakking krijgt weer alle aandacht. Wat is dat toch, dat gebrek aan besef dat we vereende krachten nodig hebben om de uitdagingen van vandaag het hoofd te bieden, zodat we van morgen en overmorgen kunnen genieten in rust en rijkdom, in vrede en gezondheid en met de wetenschap dat we iets moois nalaten voor volgende generaties. Als de politici aan hun retoriek beginnen, val ik in slaap. En ik wil helemaal niet rustig slapen, er is werk aan de winkel.
De lijst van uitdagingen heeft is lang. Onze gezondheidszorg kraakt in haar voegen. De kosten rijzen de pan uit, van méér efficiëntie lijkt maar geen sprake te kunnen zijn en de vraag naar zorg is oneindig. Ziekenhuizen die failliet gaan of daar tegenaan hangen. Het bankwezen is ook al een zorgenkindje. De stabiliteit die deze sector een paar jaar geleden nog uitstraalde, is ver te zoeken. De parel in de kroon van de Nederlandse economie, met internationale naam en faam, moet tegenwoordig heel hard werken voor een klein beetje winst. Of de belastingbetaler ooit rendement zal ontvangen voor de investering in ABNAMRO/Fortis? Wie daarover positief is, mag het mij nog een keer komen uitleggen. Gaat nóg meer toezicht, nóg meer toezichthouders en nóg een belasting helpen? Ik denk het niet, maar ik geef meteen toe: ik heb het medicijn ook nog niet gevonden. Volgende uitdaging: onderwijs. Vanuit de inspectie komen zeer zorgwekkende rapporten over de staat en kwaliteit van de Nederlandse onderwijsinstellingen. Grote aantallen schoolverlaters die geen diploma hebben, een tekort aan leraren, een hoog ziekteverzuim en veel uren-uitval. Waar leiden wij eigenlijk onze jeugd toe op? De jeugdzorg, ook al zo’n dossier. Lange wachtlijsten, schrijnende situaties, pijnlijke incidenten en een gigantisch oplopend probleem. Een grote groep jonge mensen dreigt al, vóórdat ze de eerste zelfstandige stappen in de maatschappij zetten, uit de boot gevallen te zijn of in de bezemwagen van de samenleving te bungelen ’met een krasje’. En zo kan ik nog wel doorgaan met een rijtje problemen. Ik heb nog niet eens milieu genoemd. Ik heb nog niet eens gehad over de gevolgen van de economische crisis. En ook nog niet over de stijgende criminaliteit en de grote onveiligheid op straat. Of over de weinig tolerante manier waarop tegen sommige groepen in de samenleving wordt aangekeken, de domme manier waarop er links en rechts wordt gegeneraliseerd. En het onderwerp dat de laatste twee jaar op het puntje van mijn tong ligt, de armoede in Nederland, laat ik hier maar even onbesproken. Al die problemen zijn levensgroot aanwezig, ze zijn acuut, ze vereisen een aanpak en dulden geen verdere ontkenning.
Voor al deze problemen geldt één gemeenschappelijk aspect. We zullen bergen moeten verzetten om een oplossing te vinden. We zullen heersende denkpatronen moeten doorbreken. Bestaande paradigma’s die misschien wel decennialang hebben gewerkt, zullen we moeten afbreken en door een nieuwe visie moeten vervangen. Oude waarden, oude politieke constructen, oude onderwerpen zullen we moeten vervangen. En dat betekent dus ook bestaande machtsstructuren te lijf gaan. Eigenlijk, als je er goed over nadenkt, hebben we een beweging nodig zoals we die kenden in de jaren ’60. Kont tegen de krib, vlam in de pan, revolutie, tien over rood, actie Tomaat, provo, de ramen open en frisse lucht naar binnen. Een lange mars door de instituties, adviseurs van beleidsadviseurs de deur wijzen, bestuurdersgedrag vervangen door politiek en visie. Debat creëren in plaats van consensus. Zorgen dat we groeien als land, als economie. Zorgen dat zo veel mogelijk maatschappelijk talent tot wasdom kan komen. Het grote probleem is dat deze beweging er vandaag helemaal niet is. Het nóg grotere probleem is dat de urgentie voor zo’n beweging ook helemaal niet wordt gevoeld.
In onze maatschappij zit iedereen in zijn eigen schuttersputje, zijn eigen netwerk, zijn eigen zuil, zijn eigen kringen. Die status quo verlamt vernieuwing en bestendigt middelmatigheid. Dat is niet alleen mijn overtuiging, ik deel die mening met velen. Maar collectief lijken we elkaar in die houdgreep te houden, omdat het losbreken eruit een bedreiging voor te veel mensen betekent. Met ons collectief belang zitten we op een Titanic, en we lopen al jaren achtereen averij op vele fronten op.
Als ik diep in mijn hart kijk, wil ik de banden met de huidige politieke partijen loslaten. Ik kijk met gefronste wenkbrauwen naar wat er gebeurt. ‘De boel bij elkaar houden’ is helemaal niet wat ik wil. ‘De boel opschudden’ lijkt mij beter. ‘Mensen verantwoordelijk leren of laten zijn voor hun leven en de toekomst van hun kinderen’ geeft meer hoop dan pamperen en pleisters plakken. Ik ben dus een bungelend lid van de PvdA, en kijk vertwijfeld rond of er een ander politiek nest is dat me méér aanspreekt. D’66 misschien, Groen Links of VVD? Terwijl ik het schrijf, kruipen de kriebels over mijn lijf. Misschien moet ik maar eens een tijdje nergens bij horen. Misschien moet er een beweging starten buiten de politiek. Met zijn eigen beginsels, zijn eigen ambities, zijn eigen stijl en zijn eigen wijze van het aanpakken van de problemen. Denkend in oplossingen in plaats van in draagvlak en consensus. Baanbrekend en rolpatroon vernietigend.
Een frisse wind of een stinkende wind, dat is eigenlijk de keuze voor Nederland op dit moment. Blijven we slapen of worden we wakker?




