Succes in India: Snel, slim en samen!

Dagelijks ontmoet ik ondernemers en bedrijven die handel willen drijven, zaken willen doen, kansen zoeken, mogelijkheden creëren en transacties willen sluiten. Omdat we Nederlanders zijn, zit de export ons in het bloed. We bevaren sinds jaar en dag de wereldzeeën en je vindt dan ook overal ter wereld de Nederlandse zakenlieden. Ook onze overheden hebben zich door de eeuwen heen altijd actief bezig gehouden met het bevorderen van die internationale handel.

Maar toch is Nederland nu pas echt wakker geworden als het gaat om het bevorderen van de handel met India. En dat is hoog nodig ook! We exporteren nu nog maar zo’n € 1,1 miljard naar India en importeren er zo’n € 1,6 miljard vandaan. Onze handelscijfers met India verbleken bij een aantal Europese landen om ons heen, die jaarlijks het drie- tot meervoudige ervan aan handel met India kunnen noteren. Missen we de boot? Ja! Zeker als we nu niets doen. We moeten nu rap in actie komen en ons realiseren dat het op de lange termijn van levensbelang is voor onze economie dat Nederland een vooraanstaande handelspartner wordt van India. Helaas ben ik er nog niet helemaal van overtuigd dat dat besef in voldoende mate is doorgedrongen bij de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven.

Mijn 10-stappen plan en tegelijk advies:
1. Als wij het goed menen met onze eigen toekomst, die van onze kinderen en de toekomst van de BV Nederland, moeten we het echt serieuzer nemen met de economische banden met India. India is niet alleen een kans voor Nederland, maar met onze open economie ook een keiharde noodzaak. Als India straks nog groter en nog sterker wordt, zijn wij een achtergebleven economie tenzij we nu in actie komen. We moeten dit dus snel, slim en samen doen, dan komt het helemaal goed!
2. De Nederlandse regering moet de bevordering van de handel met India tot speerpunt van haar internationale economische beleid uitroepen. Bevordering van internationale handel met een zo cruciaal land als India zal op den duur voor de economie in Nederland van vergelijkbaar belang zijn zoals de opbrengsten uit aardgas dat al jarenlang zijn. De bevordering van de handel met India mag geen ‘deel’ beleidsterrein zijn van een staatssecretaris. Nee, de Minister van Economische Zaken zelve zal dit onderwerp in haar of zijn portefeuille moeten nemen.
3. Rondom de door de Dutch Trade Board (DTB) aangewezen zogenaamde “kansrijke sectoren” (infrastructuur & transport, biotech & life sciences, agri, ICT, pharma en straks wellicht ook automotive) moet er specifiek en op elkaar afgestemd beleid ontwikkeld worden waarbij de ministeries niet meer op eigen houtje moeten opereren. Kortom: goede samenwerking tussen ministeries en DTB.
4. Het Nederlandse bedrijfsleven zal zich de discipline moeten opleggen om te opereren binnen de marges van de coördinatie van het beleid van handelsbevordering met India. Lange termijn oplossingen geven hierdoor de doorslag in plaats van korte termijn gewin. Simpelweg gesteld: er is een algemeen, publiek belang in het geding dat uitstijgt boven de individuele particuliere belangen.
5. De met de oprichting van de DTB ingezette privaat-publieke samenwerking zal zijn vervolg moeten krijgen in de vorm van een platform waarin overheid en bedrijfsleven en overige relevante instanties aangesloten zijn. Dit platform, gefinancierd door de Nederlandse belastingbetaler, zal met duidelijke targets een plan moeten maken en pro-actief op de uitvoering moeten toezien. Een duidelijk omschreven doel, en een pragmatische actiegerichte invulling.
6. Nederland zal een actief beleid moeten voeren om te bewerkstelligen dat talent vanuit India zich in Nederland komt vestigen om hier hun bijdrage te leveren aan het economische leven. Niet alleen de kenniswerkers, maar ook hun gezinnen, zijn welkom in Nederland zodat ze ons kunnen verrijken met hun kennis en hun arbeidsmoraal. We moeten leren een goede gastheer te zijn voor de mensen uit het continent dat in toenemende manier de “arbeidsvoorraadschuur” van de wereld zal zijn. Daarvoor dienen we ons cultureel en psychologisch klaar te maken. Gastvrijheid is nou eenmaal niet altijd onze grootste deugd gebleken.
7. Ministers dienen echt goed gecoördineerd op reis te gaan, waarbij ieder departement een India-beleid formuleert. Het belang van de BV Nederland stijgt uit boven de individuele beleidsbelangen. Een Minister-president die op reis gaat naar India zonder een gedegen handelsmissie in zijn kielzog mee te nemen of zich van te voren te laten voorzien van een “boodschappenlijstje” van de DTB, NICCT of andere instanties die hem in dezen bij uitstek kunnen adviseren, kan en mag dus niet (meer) gebeuren!
8. Regionale bedrijven in Nederland moeten niet alleen focussen op de eigen regio of andere regio’s, maar juist nog verder kijken om de Indiase investeringen in Nederland te bevorderen.
9. Nederlandse bedrijven doen er goed aan onderling elkaar niet de vliegen af te vangen. Buitengewoon spijtig dat buitenlandse concurrenten met genoegen zien dat hun Nederlandse concurrenten zichzelf en elkaar buiten spel zetten.
10. Nederlandse steden zouden bij voorkeur niet gescheiden, maar juist gezamenlijk op stap moeten gaan om buitenlands kapitaal aan te trekken. De BV Nederland kent een hoger belang dan de parochiale lokale belangen.

Waarom India?
Maar waarom nu de keuze voor India zie ik u nu denken. Heel simpel. De Indiase economie groeit al ruim een decennium lang met een percentage dat tegen de 10% aan ligt, en biedt nog een enorme hoeveelheid potentie voor de toekomst. Met een bevolking waarvan 60% jonger is dan 30 jaar groeit niet alleen de economie op een zeer voorspoedige wijze, maar wordt India binnen 10-15 jaar ook de “arbeidsreserve” van de wereld. In 2050 zal India de 2e economie van de wereld zijn, voorspelden de economen van Goldman Sachs onlangs. Vijf jaar geleden dachten diezelfde economen nog dat India op dat moment de 3e economie zou zijn. Tegelijkertijd is India een echt handelsland. Daarmee bedoel ik “een land vol handelaren”, een volk met een koopmansgeest, op het benutten van kansen gericht. Een land dat het rekenen heeft uitgevonden, zoals Albert Einstein ooit opmerkte. Daarmee heb ik ook maar meteen gezegd dat je goed moet kunnen rekenen om in India te slagen, en wie goed kan rekenen verdient daarmee het respect zoals dat tussen handelaren geldt. Herkennen wij hier misschien iets van onszelf in, vraag ik u met een knipoog?

Scroll verder naar beneden voor vervolg!





























En de Indiërs zelf, wat denken die? De Indiërs zelf zijn er vast van overtuigd dat ze zullen doorgroeien tot één van de leidende wereldeconomieën, en wanneer dat precies zal zijn maakt ze niet zo heel veel uit. Met een beschaving van ruim 4.000 jaar is een enkel decennium meer of minder ook niet echt relevant. Voor de Indiërs geldt ook dat ze niet op weg zijn naar de top, maar dat ze weer op de terugweg zijn naar de status die het continent ooit bezat. Dat is geen arrogantie, dat is zelfvertrouwen. Dat zelfvertrouwen is belangrijk, want wie investeert in India weet dat men een partner treft wiens horizon op een lange termijn ligt.

DTB en NICCT
Om de handel met India te bevorderen, is ook zeker een grote rol weggelegd voor DTB (Dutch Trade Board) en de NICCT (Netherlands-India Chamber of Commerce and Trade). DTB is opgericht door een vorig kabinet om het beleid rondom handelsbevordering meer structuur en vorm te geven. De bedoeling is om focus aan te brengen in de diverse prioriteiten die op dat vlak gesteld kunnen worden. De DTB doet dat in een zogenaamde publiek-private samenwerking. Dat betekent dat overheid en bedrijfsleven samen om tafel zitten om vorm te geven aan beleid, maar vooral om doortastend en actiegericht uitvoering te geven aan dat beleid. De DTB heeft drie zogenaamde “focuslanden” benoemd. Dit zijn landen die voor Nederland in bijzondere mate van belang zijn als het gaat om internationale handel. Naast Turkije en Rusland heeft de DTB gekozen voor India, en vandaar dat de Werkgroep India in het leven is geroepen.
 
Ik heb de eer om, naast mijn werk voor het NICCT, ook de voorzitter te zijn van de Werkgroep India van de Dutch Trade Board. Ik zie in India en Nederland twee handelsnaties die zaken met elkaar willen doen, kansen zoeken en mogelijkheden creëren. Nu is het nog een kwestie van doen! Actie!

Vijf grote steden missie naar India
Een mooi voorbeeld daarvan is de vijf grote steden missie die eind november naar India vertrekt. Het is de grootste handelsmissie ooit naar India. De vijf grote Nederlandse steden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven, verenigd in één delegatie. Geselecteerd rondom de kansrijke sectoren van de handel tussen Nederland en India, met de Minister voor Buitenlandse Handel als onze voorman, gesteund door MKB Nederland. Dat er nog maar veel van dit soort krachtige samenwerkingen en initiatieven mogen ontstaan. Nogmaals, Nederland is geografisch klein, maar moet dus des te groter in haar daden zijn. Snel, slim en samen! De drie s-en die staan voor succes in India.
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Rutger Koopmans.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design De Graaf & Partners