‘Uno momento special’


Je herkent ze wel, de momenten die je bij zullen blijven zolang je geheugen blijft werken. Reizen die je gemaakt hebt naar vreemde landen, mensen die je gesproken hebt, dingen die gebeurden. Soms beslissende zaken, die een doorbraak betekenden in je carrière of die een transactie dichterbij of juist verder af brachten. Adviezen die je kreeg, die je plotseling het licht deden zien. Gebeurtenissen, waarvan je achteraf pas de werkelijke waarde kon meten. Mensen die je leven en je werk gingen bepalen.

Als Ajacied (zo  heet een lid van Ajax) draag ik natuurlijk ook veel herinneringen over Ajax met me mee, en wat ik deed, en waar, toen wat gebeurde.

Vroeger, toen Ajax nog in “de Meer” speelde aan de Middenweg, woonde ik op 400 meter afstand, en keek ik uit op de lichtmasten van het stadion. Als die aangingen werd ik als door een magneet aangetrokken om even langs te lopen, even rond te kijken op de club, het 2e te zien voetballen, kop koffie drinken, en dan weer terug. Of op zaterdag, voordat ik zelf ging voetballen op VVGA (naast Ajax) eerst gaan kijken naar de laatste training van het 1ste, zodat je zondag nog beter begreep wat er in de wedstrijd moest gebeuren. Allemaal heerlijke Ajax-momenten, leermomenten voor jongens met een droom. Een droomfabriek, dat is wat het was.

Ik heb in mijn zakelijke leven vaak gemerkt dat “Ajax” een prachtige naam is, ook in het buitenland. Een naam die je helpt, die deuren opent voor bedrijven. Hoe vaak gebeurt het niet dat je tijdens een onderhandelingsproces, of tijdens een diner, of tijdens een sociaal samenzijn met buitenlanders over voetbal komt te spreken. Het volk praat over de volkssport, dus ook de zakenmensen doen dat. Het is altijd fijn om de blik in je zakenpartners’ ogen te zien veranderen op het moment dat je hem naar zijn favoriete club vraagt. Geweldig om te merken dat mensen vaak onvoorwaardelijk een club steunen. Vaak zijn het “erfenissen”, dan wel van een vader die ze van jongs af aan meenam naar het stadion, dan wel van een andere bijzondere periode in hun leven die hun samen bracht met een club.

Zo woonde ik jaren in Londen, en ging ik door de vrienden met wie ik optrok automatisch van Chelsea houden. Het oude Chelsea wel te verstaan, het Chelsea van voor de Russische overname, voordat het grote geld er was. Het Chelsea dat het zich ternauwernood kon veroorloven om één keer in de vijf jaren al het blauwgeverfde in en om het stadion van een vers Chelsea-blauw kleurtje te voorzien. Later, toen ik alweer in Nederland woonde en af en toe in Londen op bezoek ging, logeerde ik altijd in een Frans hotel, La Reserve, aan Fulham Road, met een kamer aan de achterzijde. Als ik dan opstond in de ochtend, en ik deed de gordijnen open, keek ik recht tegen de blauwe catacomben van het Chelsea-stadion aan. Verlaten ziet dat er bijna nog mooier uit, als een vrouw in volle schoonheid gefotografeerd, onwetend van de camera. Daarna kon de dag beginnen en stortte ik mij met een glimlach in mijn werk.

Ajax is mijn grote onvoorwaardelijke liefde, en dat Ajax is een geliefd onderwerp van gesprek, tot ver in het buitenland. Ook het Nederlands Elftal en de huidige Nederlandse helden die her en der ter wereld hun kunsten vertonen, zijn ambassadeurs voor Nederland in den vreemde. Maar Ajax spant de kroon, die naam kennen ze overal, en opent harten waar deuren gesloten lijken.

Laatst was ik in Barcelona, en bezocht ik Nou Camp, het heiligdom van CF Barcelona. Ik kreeg een rondleiding door het stadion door één van de ereleden van de club, en ik snoof overal de geur op van de trots van Catalonië. Toen we bijna bij het einde waren van onze wandeling, hield hij mij staande bij een deur, en zei “dit moet je zien”. Heel zachtjes openden we de deur, en gluurden als kwajongens naar binnen. Daar zaten ongeveer 50 oude mannen aan tafels, te kaarten, te dobbelen, te kletsen, elkaar gelukkig te maken met hun gezelschap. “Dit is de kamer voor de oude leden van de club, de socios van verdienste”.
Ik bedacht me dat deze kamer verdwenen is in het ontwerp van menig multifunctioneel stadion. Verrijdbare grasmatten, tientallen restaurants waar je alle eten van de wereld kunt serveren, maximale audiovisuele middelen, overkappingen, en driedubbel gelaagde parkeerdekken. Alles vind je tegenwoordig in een modern stadion. Maar de kamer voor de oudere leden is verdwenen. Op het trainingsveld geen oude mannen meer langs de lijn, zelfs geen koffiekraampje om te schuilen als de wind over het terrein blaast.

Welk bedrijf heeft een kamer voor gepensioneerden? Waar ze kunnen kaarten, koffie drinken en zich kunnen warmen aan de cultuur van hun vroegere bedrijf? Waar ze nog één keer hun verhalen over vroeger kunnen vertellen aan hun vrienden die dit allang weten maar het niet genoeg kunnen horen?

Mijn rondleiding eindigde in het stadion. Honderd-en-vierduizend mensen konden er ooit in, nu kunnen er nog ongeveer negentigduizend zitten. Vanavond was het stadion leeg, en stonden wij er met zijn tweeën. We staarden naar een flauw verlichte grasmat die stralender glom dan ooit tevoren. Een stralende dame in het groen.
Mijn gids begon te vertellen over vroeger, verhalen die ik allang kende maar die ik niet vaak genoeg kan horen, zeker uit zijn mond.

Ik deed mijn ogen dicht, en sloot dit speciale moment in mijn hart.

©RK
5 november 2007
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Rutger Koopmans.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design De Graaf & Partners