| 
De wereld van 2020
Ik heb net mijn bezoek aan Oekraïne en Rusland afgesloten, indrukwekkend. Twee landen die economisch een enorme spurt maken, en twee landen waar de cultuur er vanaf spat.
Oude landen, oude volken, oude gebouwen, oude meesters, en een sterke economische groei: wat een ijzersterke combinatie is dat toch. Als ik daar rondkijk, zie ik landen die er misschien “even niet waren” qua economische dominantie, maar die nu pijlsnel bezig zijn om een volledige rol te spelen in de wereldeconomie. Deze landen produceren jaarlijkse groeipercentages die er niet om liegen, en ze hebben een bevolking die klaar is om de komende tien jaar alle achterstanden weg te werken. Deze landen zijn nu al bezig is klaar te zijn voor de wereld van 2020.
De wereld van 2020, waarom heb ik het er eigenlijk over? Omdat ik vind dat we er over moeten nadenken. Het gaat om de toekomst van onze wereld, onze maatschappij. Daarvoor mag de aandacht niet verslappen. Er staat te veel op het spel, en als ik dat zeg bedoel ik ook meteen te zeggen dat we er in Nederland te weinig over nadenken.
Laatst werd er een congres over dit thema georganiseerd, maar wat er volgens mij moet gebeuren houdt méér in dan het organiseren van congressen. Ik ben een uitgesproken voorstander van het stellen van concrete doelen, zowel op korte als op lange termijn. En dat doel voor 2020 heb ik voor Nederland ontwikkeld.
Het stellen van de doelen is de eerste stap op weg naar het realiseren daarvan. De gedachte van wat ooit bereikt zou kunnen worden, wortelt zich namelijk in de individuele of collectieve geest en gaat werken als een bron van inspiratie en energie. Het is een bekend verschijnsel en we hebben er in het verleden al vele voorbeelden van gezien.
John F. Kennedy stelde in 1961 als doel dat binnen tien jaar de VS een man op de maan zou zetten. Al in 1968 ging de eerste bemande vlucht naar de maan voor het beroemde rondje om de maan. Wie herinnert zich nog de toespraak van Frank Borman, kapitein van de Apollo 8, die het scheppingsverhaal uit Genesis voorlas toen hij vanuit zijn capsule bij de maan daar beneden de aarde zag? En na een bang uurtje radiostilte (achter de maan: geen radiobereik) hoorde we diezelfde vertrouwde stem weer en wisten dat de missie om de maan gelukt was. Minder dan een jaar later stond de eerste man op de maan (Neil Armstrong), en maakte de wereldberoemde foto van de eerste man op de maan, die dus eigenlijk de tweede man op de maan was (Buzz Aldrin). De missie was volbracht: er stond een man op de maan, niet tien jaar nadat John F Kennedy het doel gesteld had, maar twee jaar vóór op schema.
En zo zijn er wel meer verhalen, en veel van die verhalen komen uit de sportwereld, van Inge de Bruijn tot de Nederlandse volleybalploeg, ga zo maar door. Wie doelen stelt, maakt zichzelf kwetsbaar en sterk tegelijkertijd. Kwetsbaar omdat je “met de billen bloot gaat” en zegt waar je voor wilt staan. Sterk, omdat je daarmee aan de buitenwereld duidelijk maakt dat je de regie wilt hebben over je eigen toekomst, en daarmee je eigen toekomst wilt creëren. Wie een doel heeft, heeft focus, en weet wat hij of zij wil. Dat dwingt respect af bij de omgeving, die meteen zal herkennen wat het stellen van doelen verraadt: ambitie, zelfvertrouwen, geloof in eigen kunnen. Allemaal positieve waarden, die bij de buitenwereld ook positieve energie zal oproepen, en daarmee steun bij het realiseren ervan.
Ik ben zeer kritisch over Nederland waar het gaat om het uitstralen van ambitie, en ik breek me het hoofd over het zo ver heeft kunnen komen. We lijken Calimero wel, Als je kijkt naar de manier waarop de publieke discussie soms afglijdt naar een collectief beleden onvermogen om als Nederland economisch nog maar iets voor te stellen. Het was niks, het is niks en wordt ook niks, u kent die geluiden wel.
Het wordt tijd voor een economisch reveil, voor een economische wederopstanding van Nederland, voor een economische wake-up call. We stellen wel degelijk wat voor, we doen wel degelijk mee in de wereld, we kunnen alle uitdagingen aan, en ik ken geen mondiale of lokale ontwikkeling die niet tegelijkertijd kansen inhoudt voor Nederland. Kom op zeg!
Het stellen van uitdagende economische doelen helpt bij het hervinden van je krachten. Dat is nog eens iets anders dan het organiseren van congressen waar je met elkaar de toekomst kunt analyseren zonder tot taakstellende doelen te komen. Congresseren is net zoiets als voor een berg staan en het erover hebben hoe je hem gaat beklimmen. Het gevolg: de berg wordt steeds hoger, de energie zinkt steeds lager, en de tijd schrijdt steeds verder.
Ik heb al vaker gezegd, en ik herhaal het graag, dat Nederland zich een duidelijk collectief economisch doel moet stellen. Een doel dat heel simpel is, dat aan iedereen uit te leggen is, en dat iedereen aanspreekt. Een doel van Cruijffiaanse eenvoud: ‘als je bal hebt kan de ander niet scoren’, zoiets. Als je een wedstrijd wilt winnen, zul je méér doelpunten moeten maken dan de tegenstander. U en ik, we kennen ze allemaal.
Als we willen winnen in de wereld, zullen we sneller moeten zijn, slimmer moeten zijn, handiger moeten zijn dan de rest. We weten dat we ze niet allemaal kunnen verslaan, tegen de grote landen zullen we het economisch wel moeten afleggen, en dus moeten we zorgen dat we met hun veel handel drijven, en daarom moeten bedrijven op zoek gaan naar kansen om handel te drijven met die landen. Dat is niets anders dan waar we als Nederland altijd al goed in zijn geweest, dat is wat we kunnen, ik zou bijna zeggen als geen ander op deze wereld!
Onze ambitie moeten we uitdrukken in een duidelijk cijfer, en dat cijfer moet tegelijkertijd ook realistisch zijn. Als je bij voorbaar al weet dat je iets echt nooit zult halen, zakt de moed je al gauw in de schoenen. En daarom denk dat we ons niet moeten richten op de koploper qua economische groei, maar op het gemiddelde.
De gemiddelde economische groei in de wereld is niets anders dan het tempo dat je als land moet aanhouden om “bij te blijven”. Wie maar 1% groeit terwijl alle anderen samen gemiddeld 2% groeien, loopt immers achter. Dan mag je wel trots zijn op je ene procent groei, maar je raakt steeds verder achterop, en daarmee wordt het waarschijnlijk ook moeilijker in de toekomst om bij te blijven.
De doelstelling die ik collectief zou willen stellen: Nederland zou eigenlijk altijd 2% méér moeten groeien dan de gemiddelde economische groei. Wie niet sterk is moet slim zijn, moet handig gebruik maken van de kracht van anderen, en moet zijn eigen sterke punten zo slim mogelijk uitspelen. We liggen centraal in Europa, we hebben de grootste (hoe lang nog?) haven van Europa, en de beste (hoe lang nog?) luchthaven van waarschijnlijk de hele wereld. Iedereen spreekt Engels. We zijn een prettig en stabiel land om in te leven en in te investeren. En zo hebben we nog een heleboel andere goede eigenschappen die we moeten inzetten om onze gezamenlijke doelstelling te halen.
Onze boodschap is: prima dat Rusland en Oekraïne zo goed gaan, en China en India, en Vietnam en Korea. Dat zijn de koplopers, prima. Maar als je van de groei van alle landen ter wereld het gemiddelde neemt, groeien wij nog nét iets sneller.
En zo blijft het altijd goed gaan met Nederland. Ook in 2020.
©RK 21.2.2008 |
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten Rutger Koopmans. | |