Beste collegae, beste vrienden en vriendinnen,

Ik ben blij dat zo velen gehoor hebben gegeven aan mijn uitnodiging om vanmiddag ‘acte te présence’ te geven tijdens mijn afscheidsreceptie. Dat doet me ontzettend goed. Net zo goed als al die vele mails en andere reacties hebben gedaan, die ik kreeg nadat ik op 15 mei j.l. aankondigde dat ik ING zou gaan verlaten. 

Afscheid. Afscheid van ING, mijn ING, na 12 jaar, waarvan ruim 8 als directeur.

Als ik het aantal jaren uitspreek lijkt het niet lang, maar als ik de gebeurtenissen die zich in die 12 jaren hebben afgespeeld op een rijtje zet, dringt de conclusie zich al vrij snel op: het waren 12  intensieve jaren. Louise, Douwe, Aletta en Anne hebben ze meebeleefd, ook voor hun is dit een afscheid, en dat doe ik dus ook met hen en tussen hun in. Pappa kan wél zonder ING – denk ik - maar niet zonder jullie.

En dan te bedenken dat ik hier in 1996 kwam met de gedachte dat ik het eens een jaar ging proberen. Ik was na  14 mooie jaren bij MeesPierson ‘gelokt’ door ING die mij via een ex-Mees benaderde. Ik sprak met Rients Prins, met Con Schoenmakers, met Ad Adriaansen, met Dick Boot.  Ze konden me niet duidelijk maken wat ik hier moest komen doen, maar wel dat ik moest komen.

ING had in 1996 de ambitie uitgesproken om een échte bank te worden, om zich te ontdoen van het imago van “de middenbank” , en om een rol te gaan spelen in de Nederlandse corporate wereld. Men zocht bankiers die elders opgeleid waren om verder invulling te geven aan die ambitie. En zo kwam ik binnen bij de afdeling Corporate Clients, in een virtuele relatiebeheeromgeving, want de rekeningen van de cliënten liepen nog op de kantoren.  Eindeloos acquireren, dankbaar gebruik makend van de sterke balans die we hadden, driftig met kredietlijnen strooiend bij die corporates die ons wilden ontvangen, want de RAROC was gelukkig nog niet uitgevonden. Vaak waren we nummer drie, vier of vijf in de rij, lange tijd zagen vele bedrijven ons niet staan, en intern werden we als Corporate Clients door de kantoren als grote concurrenten gezien: wat dachten die hoofdkantoorpiepeltjes wel niet.

Dat was twaalf jaar geleden. Ik schets het beeld om aan te geven hoe sterk de ING gegroeid is in amper een dozijn jaren. Drie jaar geleden, tijdens een retraite van Wholesale NL in Zandvoort heb ik daarom de ambitie gelanceerd dat “Wholesale op 1” moest komen in Nederland. Uitgelachen ben ik. Een paar maanden later stond ik op zaterdag tijdens een Bouwdag, en herhaalde ik die ambitie, en heb dat toen dezelfde morgen ook maar geventileerd in “De Telegraaf”. Zelden ben ik zo dicht bij het randje van het ING-ravijn geweest als toen, de kritiek op mijn Cruijffiaanse ambitie was groot.  Ik ben dus blij als ik de huidige ING Wholesale ambitie zie, en ben overtuigd van de haalbaarheid van dat succes.

De kantoren, ik noemde ze al eerder. Dat was voor mij een nieuw fenomeen, dat kende ik nog niet. Ik vond het geweldig om door het land te reizen en op bezoek te gaan bij ING-kantoren, en de cultuur van het lokale kantoor te leren kennen. Ik heb in de kantoren altijd een sterke betrokkenheid bij de ING gevoeld. In de kantoren was men echt de ambassadeur van ING, concurreerde men lokaal met  AA en RABO, en kende men zijn marktaandelen uit zijn hoofd. Laten we dat vooral zo houden!
Van mijn tijd als Marktmanager B & I heb ik genoten. Vierentwintig districten hadden we, en bij alle 24 voelde ik me betrokken, en met vele mensen heb ik een intensieve band opgebouwd. Die uitte zich er zelfs in dat zich tijdens de borrels en partijen ongemerkt een B&I-clubje vormde waarin het altijd gezellig toeven was. Samen hebben we tussen 1997 en 2000 een districtsorganisatie neergezet die uitstekende resultaten heeft geproduceerd. Ik hoop oprecht  dat er ook in de Nieuwe Retailbank voldoende ruimte zal zijn voor de wholesale B&I cultuur die vanaf 1997 zoveel successen heeft geoogst.
De samenwerking op het hoofdkantoor met de marktmanagers was uniek en zeer collegiaal. Wat hebben we gelachen, we waren de “Sjors van de Rebellenclub”, dies die de rest van de organisatie, inclusief de IBN-directie tot grote wanhoop dreef. Maar de kracht van de matrixorganisatie heeft zich toen bewezen, want iedereen hield zich aan de spelregels, en IBN spoot vooruit.

Voor mij volgde er een benoeming tot directeur bij Nationale-Nederlanden en werd ik  de eerste bankier in de directie van NN. Een absolute uitwedstrijd, maar een boeiende periode. Ik was verantwoordelijk voor de afdeling eBusiness ten tijde van de internethype, en bouwde aan Wellowell.  Maar ook de NN Assurantiekantoren, de samenwerking met de ‘standsorganisaties’ NVA en NBVA, het zogeheten ‘collegiaal overleg’ met de andere verzekeraars in de mooiste restaurants van het land en de fusie van de systeemhuizen ACT (van NN) en ASN (van Aegon) waren bijzondere ervaringen.

Ik was blij dat ik in 2003 weer terug kwam bij de bank, en verantwoordelijk werd voor Corporate Clients, later Corporate én Midcorporate Clients, en weer later voor Wholesale NL, Financial Institutions en Midcorporate Clients. In de afgelopen  jaren is er hard gewerkt om van ING Wholesale een professionelere organisatie te maken, met betere mensen, betere procedures, nog beter accountmanagement, en met de klant voorop.  Ik heb mij al die jaren als een vis in het water gevoeld, en heb me heerlijk kunnen uitleven. Daarenboven kwamen onderwerpen als groenfinanciering, microfinance en India op mijn pad. Dat zijn onderwerpen waarin ik veel passie en energie gestoken heb, omdat ik weet hoeveel baat ING hiervan op lange termijn kan hebben. En ach, wie weet is die termijn net zoals in het geval van die beruchte no 1 ambitie ook in nu  wel beperkt tot 2-3 jaar.

Ik ben heel blij met wat ik de afgelopen jaren heb gedaan, en de kansen die ik daarvoor gekregen heb van ING. Vele activiteiten hadden te maken met vernieuwing, met groei, met ambitie, met nieuwe dingen doen. Ik heb genoten van de deals die ik heb gedaan, en van de vele dierbare contacten binnen en buiten ING die dat mij heeft opgeleverd. Het allermeest heb ik genoten van de mensen met wie ik gewerkt heb. Het allermeest heb ik voldoening gekend van het zien groeien van mensen om me heen, en helemaal als ik daaraan een bijdrage had kunnen leveren. Collega’s zien groeien, beter zien worden, meer vertrouwen zien krijgen, volwassen zien worden in hun vak en in hun rol. Talenten spotten, coachen, begeleiden. Mensen laten geloven in hun eigen talent en ermee laten woekeren. Mensen inspireren en energie geven: wees maar niet bang, doe het maar wel.
Ik heb dan ook geknokt voor diversiteit, want er is nog  niet altijd sprake van een eerlijke en gelijke kans voor mensen met een  niet-blanke, niet-westerse culturele achtergrond. Daar valt nog huiswerk te doen. 

Mij is de laatste tijd veel gevraagd waarom ik nou ING verlaat. Als je zo positief bent over die 12 jaren, waarom laat je de tent dan achter je? Ben je boos? Voel je je te groot? Voel je je miskend? Nee.


















Laat ik helder zijn. Ik verlaat ING met veel warme gevoelens, en ik voel mij “een vriend van de familie”. Die vriendschap voel ik ook vandaag weer, te midden van u allen, en die warme gevoelens komen bij mij op als ik terugdenk aan de afgelopen 12 jaar. Natuurlijk zijn er omstandigheden denkbaar die gemaakt hadden dat ik vandaag niet afscheid had genomen van de ING Groep. De ophanging van Midcorporates binnen Retail, het verlies van de verantwoordelijkheid over FI en over Wholesale Nederland, nadat ik al afstand had moeten doen van de verantwoordelijkheid voor mijn eigen Corporate Clients, vormden die aanleiding. Mijn niet verschijnen in de “rechterhand van Nederland”advertentiecampagne van Wholesale, terwijl ik mezelf als één van die rechterhanden beschouwde, was een duwtje in de richting.  
In de column en het FD- interview heb ik aangegeven wat de reden voor mijn besluit om te vertrekken is geweest. De doorslaggevende reden is dat ik wil tegemoet komen aan mijn veelzijdigheid, dat ik het sterke vermoeden heb dat er méér in zit voor me, dat er ook andere uitdagingen voor me bestaan, en dat ik nog verder moet werken aan mijn eigen vorming. Dat is de echte reden: de schop onder mijn kont die ik mezelf gegeven heb om niet in een zetel in een al dan niet horizontale lijn naar mijn pensioen te leven maar om aan mezelf te blijven werken, omdat ik vind dat ik hoger, verder en sneller moet.” Good better best, never let it rest, until the good becomes the better and the better is the best”, dat is wat ik ooit hoorde van een Amerikaanse baseballer die de Hall of Fame haalde. Ik droom van mijn eigen plek in een Hall of Fame. De theorie van de “Creatiespiraal” (ga voor je dromen) geeft mij de moed om die stap te nemen. “Onze diepste angst is niet dat we ontoereikend zijn, onze diepste angst is dat we oneindig machtig zijn. Als wij ons licht laten schijnen geven we anderen onbewust toestemming dat ook te doen” zei Nelson Mandela ooit.  “Be the change you want to see in the world”. Die is van Ghandi. Ik zeg dat maar even omdat iedereen natuurlijk zit te wachten wanneer ik met Cruijff kom aanzetten.

Er wordt je altijd gezegd om niet over je graf heen te regeren, maar dat doe ik nu toch maar even wél . Ik zou het mezelf kwalijk nemen als ik u niet nog één keer  een aantal boodschappen zou meegeven, de laatste keer dat ik dat kan doen. Hoe vaak heb ik die boodschap niet hiernaast verkondigd, tijdens kwartaalbijeenkomsten en zo. Dit is wat ik u mee wil geven, mijn Vijf Geboden, vrij naar Johan Cruijff:
1. Houdt de  eenheid in ere

Ik hoor te weinig ING Groep, en teveel Retail, Wholesale, Intermediair en zo. Mijn pleidooi zou zijn “Herstel die eenheid”, breng dat groepsgevoel terug, kom uit de verkokering , vergader samen op maandag en eet nassie op dinsdag. Maak lol, vertel elkaar de laatste grap, neem Ajax, PSV en desnoods Feyenoord door, en laat de cijfers soms de cijfers. Van cijfers kun je niet winnen, maar je kan wel van ze verliezen.

2. Houdt het Relatiebeheer in ere
Met lede ogen zie ik de afkalving van de relatiebeheer functie in ons vak. Alle banken doen precies het. Dat zal wel komen door de consultants en hun begrippen als Economic Value en Economic Profit. In die definities is alleen plaats voor producten, opbrengsten en kosten,  en niet voor mensen, niet voor goodwill, niet voor langjarige relaties. Mijn pleidooi: herstel die denkfout, we zijn groot geworden door goed relatiebeheer en goed relatiebeheer is iedere euro die je er aan uitgeeft driedubbel waard. Het gaat eerst om de cliënt, en dan pas om ons product of dienst. Relatiebeheer is als goed positiespel, zal ik maar zeggen, daarmee win je de wedstrijd.

3. Houdt de maatschappelijke functie in ere
Laat ING de bank zijn die met twee benen in de samenleving staat , en die zijn verantwoordelijkheid ook neemt zonder daarvoor de term ‘maatschappelijk verantwoord ondernemen’ te gebruiken. Soms hoor ik “ja maar what is in it for us” en andere wijze marketingopmerkingen, maar bedenk: het gaat hier om goodwill, en die is van onschatbare waarde. Waarom  richten we niet in navolging van Cruijff een ING Foundation op?

4. Houdt de mens in ere
Veel mensen geven in allerlei onderzoeken aan dat ze zich weinig betrokken voelen bij ING. Dat  moeten we ons aantrekken. Het wordt wel eens de menselijke maat genoemd. Je kunt ook zeggen “het collectieve gevoel”. Het zijn met name de menselijke waarden, de magische krachten die ook hier de doorslag geven. De teamgeest. Het samen voelen “het kan dooien, het kan vriezen, we kunnen we winnen of verliezen, maar een mooiere club als deze is er niet”

5. Houdt de aandelenkoers in ere
Verzin iets, val aan en  maak daar omheen tutti frutti of zo, want de koers moet omhoog.

Beste mensen, beste collega’s, dank. Dank voor het feit dat u nog één keer naar me heeft willen luisteren. Dank voor al die jaren van samenwerking en collegialiteit en vriendschap en geduld met mij. Dank voor het feit dat ik me met u ING-er heb gevoeld, en nog steeds voel.
ING voelde vaak als een warm bad. Ik ben er met volle inzet en energie ingedoken, en kruip er nu met een voldaan gevoel uit. Ik ga verder, nieuwe wegen ontdekken, nieuwe dromen achterna, maar ik zal ING en jullie niet vergeten.

Louise, Douwe, Aletta , Anne en ik gaan nu verder: “until the good becomes the better and the better is the best”.
Het ga u allen bijzonder goed, en lang leve ING!

©24 juni 2008
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Rutger Koopmans.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design De Graaf & Partners