| 
Robbeneiland
Als je in Zuid-Afrika bent, en zeker in Kaapstad, kom je er niet omheen. Dan ga je naar Robbeneiland, een klein eilandje op zo’n 45 minuten varen. Wie in de vertrekhal van de terminal staat, kan op de muren de geschiedenis lezen van Robbeneiland. Gevangenis, lepra-oord, en uiteindelijk de plek waar politieke gevangenen werden opgesloten. De bekendste van hen is natuurlijk Nelson Mandela.
De gevangenis, zoals die tot voor enige jaren in gebruik was, is grotendeels in tact gebleven. Je gids tijdens een rondrit over het eiland is een voormalig politiek gevangene. Hij laat je het eiland zien, inclusief de steengroeve waar gevangenen in het verblindende licht hun dwangarbeid deden gedurende hun jaren van detentie. Bij één van de cellencomplexen word je opgevangen door een volgende voormalig gevangene. Die vertelt je in een barak over zijn martelingen, over zijn leven in de gevangenis, en hij leidt je langs de cellen die geen van allen groter zijn dan de badcel van een doorsnee Vinexwoning. Ook langs die ene bekende cel, van Nelson Mandela.
Wie Mandela’s “A long way to freedom” leest, wordt deelgenoot gemaakt van de strijd voor wat in één woord te vangen is: democratie. Het recht te mogen zeggen wat je wilt, te mogen zijn wie je bent, en om je stem te laten gelden. Dat is wat je Mandela telkens hoort zeggen: niemand zal ooit meer een ander knechten vanwege diens afkomst, kleur of sexe. Democratie is een universeel recht van ieder mens op zichzelf.
Bij ons thuis werd vroeger veel over politiek gesproken,nationaal en internationaal. De nieuwsberichten stonden altijd aan tijdens het eten.Niet altijd gezellig, wel heel leerzaam. De oorlog in Vietnam, de moord op M L King en Robert Kennedy, Parijs’68, de Praagse Lente, dat alles ging over tafel. Ik herinner me dat mijn vader een fel tegenstander was van de standpunten van Charles de Gaulle, zeker waar deze van tijd tot tijd daarmee afstand nam van de Verenigde Staten. Tijdens mijn laatste jaar op de lagere school maakte ik een laatdunkende opmerking over de Franse president in een opstel. Prompt vroeg de onderwijzer mij om dit opstel thuis te laten lezen. Hij rekende op een forse uitbrander van mijn vader, en ik liep met een glorieus gevoel naar huis. Mijn vader en ik zaten hier op één lijn, dat wist ik zeker. Triomfantelijk keek ik mijn vader aan toen hij het opstel las, maar toen hij de gewraakte passage gelezen had, sprak hij mij zeer ernstig toe. “Dit is de president van Frankrijk, en die is democratisch gekozen door een meerderheid van het Franse volk, en met zijn standpunten mogen wij het niet eens zijn, maar wij moeten ze respecteren”, en zo ging hij nog een tijdje door. Die les in democratie is mij altijd bijgebleven. De traditie van onze politieke discussies aan de eettafel was een uiting van democratie, en de herinnering daaraan is voor mij daarom zeer waardevol.
Een paar jaar later begon ik brieven te schrijven naar kranten en tijdschriften. Een soort oergevoel om mijn mening te delen in een vrije pers. Dat kon over onderwerpen van lokale betekenis zijn, maar steeds vaker ook nationale onderwerpen en internationale problemen. Ik schreef dus naar het lokale het Limburgs Dagblad en ook naar de Elsevier, Vrij Nederland, maar ook naar de Minister-President, de voorzitter van het IOC en Rinus Michels om maar eens een paar gelukkigen te noemen. Eén keer kreeg ik antwoord, naar aanleiding van een brief waarin ik nogal stellig de Apartheid veroordeelde. En hoewel je gematigder schijnt te worden naarmate je ouder wordt, betwijfel ik nu of ik destijds niet nóg stelliger had moeten zijn. Het antwoord kwam uit Zuid-Afrika zelf, met alle argumenten die we zo vaak gehoord hebben en die allemaal voorbij gingen aan het simpele uitgangspunt van democratie. Ik schreef dus terug, en kreeg wéér antwoord. Ik antwoordde op mijn beurt met behulp van de tekst van een aangrijpende documentaire van Panoramiek, de buitenland rubriek van de NOS, en prompt kreeg ik een lange brief terug. De argumenten werden steeds primitiever, er was geen beginnen aan en dus hield ik op met deze discussie.
Toen ik studeerde, kreeg ik een button cadeau van een Zuidafrikaanse student. ”Free Mandela” stond er in groene letters met een gele achtergrond, met daaronder een rond hoofd met kroeshaar en donkere ogen. Ik heb er vele jaren mee rondgelopen, en talloze keren moeten uitleggen wie die man was, totdat mijn jas (mét button) gestolen werd. In 1990 kon ik bijna niet geloven dat het diezelfde man was, die uit de gevangenis kwam lopen, want ik kende een heel ander gezicht bij die naam...
Ik heb altijd gezegd dat Mandela iemand is die ik mateloos bewonder, en dat heeft alles te maken met zijn trouw aan dat ene principe, dat van democratie. Niet dat democratie een ideale wereld oplevert, maar het levert wel de bestaansgrond daarvan. Zet je de democratie opzij, dan wordt alles wat krom is met groot gemak recht. Dan wordt het proces van besluitvorming inderdaad makkelijker, sneller en doeltreffender, maar de uitkomsten zijn gebouwd op drijfzand. Omdat de uitkomst is dat iedereen toch méér krijgt dan wat ze anders ooit gekregen zouden hebben, is iedereen toch beter af, zeggen anderen. Fout: het ontbreken van een democratisch fundament is de bijl aan de wortel van de samenleving. “A state is as big as the basis of its support” schreef ooit iemand, en dat is klopt als een bus en dus geldt: “one man, one vote”.
Ik heb daarom veel vertrouwen in de toekomst van India en de duurzaamheid van de economische groei. Het land is fundamenteel en overtuigd democratisch, men is er trots op de grootste democratie op aarde te zijn. Verre van een ideaalstaat, niet zonder uitdagingen, maar wel een democratie, en vandaar uit bouwt men verder, en komt men uiteindelijk verder.
Moeten wij ons in Nederland zorgen maken? Jazeker. Ten eerste omdat je altijd moet waken over de gezondheid van de democratie, die mag je nooit voor lief nemen. Ten tweede omdat wij in Nederland een grote uitdaging hebben in het vreedzaam en vruchtbaar bij elkaar houden van de vele culturen die in ons land leven en die alle de ruimte verdienen die ze nodig hebben, maar die ze niet in gelijke mate krijgen. Er zijn geen gelijke kansen voor iedereen in onze maatschappij. Ik hoor ter verdediging daarvan vaak dezelfde argumenten als van die Zuidafrikaanse brievenschrijver van toen. “Het zijn die kutmarokkanen” zei ooit een wethouder toen er onrust was in de stad. Gelukkig antwoordde de burgemeester: “ja, maar wel onze kutmarokkanen”. Daarmee gaf hij blijk van een zuiver democratisch besef en handelde hij in de traditie van een land dat altijd gastvrijheid heeft geboden aan vreemde invloeden en culturen door de eeuwen heen en daarmee zijn duurzame economische groei en bloei in al die jaren bewerkstelligd heeft. Wie trots wil zijn op Nederland, moet trots zijn op die traditie. Om onze democratie te beschermen moeten we juist die traditie in ere houden.
Robbeneiland mag dan tegenwoordig een museum zijn, maar de strijd is nog lang niet voorbij.
©RK 140708 |
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten Rutger Koopmans. | |