De kredietcrisis (deel 1): oorzaak en gevolg

De wereld wordt al ruim een jaar geteisterd door een crisis die ten onrechte een “kredietcrisis” wordt genoemd. Dat is het namelijk niet, het is een “financiele crisis”. Een kredietcrisis ontstaat doordat de economie slecht draait en de banken om die reden moeten afboeken op hun kredieten. De huidige crisis is een financiele crisis, die is ontstaan door toedoen van de banken, en deze crisis tast nu aantoonbaar de economie aan. Als je dat goed doordenkt is dat nogal een verschil, en ook iets om wakker van te liggen.

Vorig waar werd ik gevraagd naar mijn mening over de ontstane situatie. Gezien mijn positie moest ik omzichtig te werk gaan. Ik merkte in de gesprekken dat de omvang van de cirisis nog niet echt was doorgedrongen bij  journalisten, die vlijtig de jaarverslagen van de banken doorploeterden. De balans van een bank geeft alleen maar een gedeelte  van de verplichtingen aan van die bank. Er hangt veel ‘mist’ rondom die cijfers en bij mist geldt “groot licht!”.

Iedereen weet dat een bedrijf (en ook een bank) nooit ten onder gaat aan gebrek aan solvabiliteit (te weinig kapitaal) of aan rentabiliteit (te weinig winst) maar door een acuut gebrek aan liquiditeit (“zuurstofgebrek”).
Welnu, de belangrijkste liquiditeitsverplichtingen van de meeste banken bevonden zich altijd buiten de bankbalans, en waren verborgen in de “conduits” van de vele door de banken opgerichte speciale beleggingsinstellingen (zgn Special Purpose Vehicles) die draaien om de zgn ‘gestructureerde beleggingsprodukten’ die de banken verkopen. Deze gestructureerde producten zijn zogenaamd verzekerd door allerlei onderliggende papieren waardes, maar als de nood écht aan de man is, mogen alle beleggers terugvallen op de banken die de SPV’s ooit hebben opgericht. Dan zit er dankzij de verpliching van de bank voldoende liquiditeit in de ’conduits’ om produkten terug te kopen. En daar zit de valkuilt waarin het financiele systeem gevallen is. In feit zijn de ‘conduits’ eigenlijk de ‘zuurstoftanks’ van de SPV’s die door banken verplicht gevuld worden (met geld dus) om te zorgen dat beleggingsproducten verhandeld kunnen worden (lees: dat de belegger zijn produkt kan terugverkopen aan de beleggingsinsteling). Tja, en daar had nooit iemand op gerekend! Jjarenlang rekende men zich rijk en op basis van die valse berekeningen zijn ten onrechte vele miljoenen aan bonussen  betaald.

Dat technische verhaal drong maar langzaam door in de markt, en men was verrast door de angstaanjagende snelheid waarmee de situatie zou kunnen escaleren, precies zoals het nu doet. Vergelijk het met een computervirus of een epidemie waar nog geen serum voor is uitgevonden.
Doordat banken voor ca 90% gefinancierd worden door toevertrouwd geld van andere banken en van individuele spaarders,  is de bank voor haar dagelijkse voortbestaan afhankelijk van markten waarin dagelijks naar hartelust geld kan worden geleend. Als er in de markt plotseling een paar banken een “rotte appel” blijken te zijn, slaat de paniek al gauw toe. Wie heeft aan deze banken geld geleend, en zijn die vorderingen nog wel wat waard? Maar juist die posities geven banken natuurlijk niet prijs! Dus is het gissen wie van de ogenschijnlijk gezonde banken op hetzelfde moment eigenlijk meegetrokken worden in de malaise door de ‘rotte appels’ doordat zij hun vorderingen moeten afboeken. Er zijn dus naast de directe risico’s (op de rotte appels) ook nog eens (en met name!) indirecte risico’s: wie heeft er geld geleend aan banken die mogelijk geld hebben geleend aan de vermoedelijke probleembanken? En wie heeft er heimelijk aangeklopt bij de Centrale Bank om noodhulp? Want ook dat laatste is een goed bewaard geheim. En zo ontrolt zich een angstig spel waarbij iedereen vanachter zijn boom gluurt om te zien wie er zich achter welke andere boom schuilt houdt.

Waar komt het probleem nu eigenlijk vandaan, en hadden we het kunnen voorkomen? Een wezenlijke vraag. Het antwoord is simpel: het komt doordat er hypotheken verkocht zijn aan mensen die deze schulden nooit hadden moeten aangaan om de simpele reden dat ze die zich niet konden veroorloven. Met een net woord heette dat “sub prime leningen”, in goed Nederlands vertaald zou je zeggen “minderwaardige leningen”. Die zou je voor je fatsoen (ethiek!) niet durven verkopen aan mensen waarvan je weet dat ze bij het eerste zuchtje economische tegenwind bezwijken onder de schuldenlast, maar dat fatsoen was even ver te zoeken binnen de financiele sector. Er werd namelijk goud geld aan deze handel verdiend door de tussenpersonen en banken die deze leningen verkochten, althans zolang de mensen hun rente en aflossing konden opbrengen. Veel van die leningen werden ‘verpakt’ in allerlei ingewikkelde gestructureerde producten die allerlei schijnverzekeringen meekregen zodat de betreffende bank ze van hun balans kon tillen en in een aparte beleggingsinsteling (een Special Purpose Vehicle) kon stoppen. Die SPV gaf dan obligaties uit, die werden verkocht en verhandeld, en daar werden vele marktpartijen rijk van.  De tussenpersoon aan de verkoop van de lening, de bank aan de rentemarge, de structureerders aan fee-inkomsten, de adviseurs aan adviesvergoedingen, en de handelaren aan handelsprovisies. Wat een feest voor iedereen! Torenhoge winsten voor de financiele sector, en daarmee ook torenhoge bonussen voor de keten van alle personen zoals hiervoor beschreven. Iedereen was de koning te rijk, dankzij de ruimhartige variabele beloningssystematiek zoals die in de afgelopen 5 – 10 jaar wereldwijd in zwang is geraakt in de financiele sector. Vroeger verdiende je als bankier een goed maar niet overdreven salaris, maar de afgelopen jaren zijn de beloningen, met name op variabele basis, omhoog geschoten. En dat alles is maar ten dele zichtbaar voor de buitenwereld, want we praten hier niet over de gepubliceerde salarissen en bonussen voor Raden van Bestuur maar juist over de duizelingwekkend hoge salarissen en bonussen van vele mensen binnen de bank die ver uit stijgen boven die van hun Raad van Bestuur.

En toen..... toen bleek dat de schulden niet meer op te brengen waren door de “subprime” bevolking, die in groten getale daarom al uit hun huis zijn gezet of nog worden gezet. Vele tienduizenden gezinnen zijn om die reden dakloos geworden.
Toen zo vele leningen min of meer waardeloos bleken te zijn, begon het financiele kaartenhuis te schuiven. De beleggingsprodukten zijn niet meer gedekt door gezonde leningen, banken moeten in grote getale buiten de balans gebrachte vorderingen weer terugbrengen binnen de balans (en meteen afboeken), en de verliezenmachine draait op volle toeren.

En zo kwam er een financiele crisis tot stand, een bankencrisis dus en geen kredietcrisis. De vraag is of die kredietcrisis volgt, zodra de economie verder weg zakt. Dan is de wereld in last.

(wordt vervolg: wat nu?)
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Rutger Koopmans.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design De Graaf & Partners