De kredietcrisis (deel 2): een ethisch vraagstuk.


Tja, en wat nu?

Saillant genoeg heb ik in de hele voorbije periode nog niemand horen zeggen dat de variabele beloningssystematiek  binnen de banken teruggedraaid zou moeten worden. Als bij topprestaties topbeloningen horen, horen er rigoreuze maatregelen bij schade als gevolg van een door de banken gecreeerde crisis. Discretionaire bonussen voor topbankiers zijn wat mij betreft in zo’n situatie ook niet meer aan de orde, daarvoor heeft het systeem te veel schade geleden.

Het allerergste van de situatie is, dat het vertrouwen in de financiele sector een forse knauw heeft opgelopen. De traditionele rol van de banken is die van een veilig toevluchtsoord voor spaargelden, waarmee de bank als een wijs ‘rentmeester’ zal omgaan, met een redelijke rentevergoeding voor client en bank. Tegelijkertijd hebben banken de mogelijkheid tot kredietverlening en hierdoor  is de bank een onmisbaar onderdeel  in de motor van de economie. Doordat financiele instellingen, ook degene met een grote naam en faam, momenteel ten onder gaan, is geen enkele bank in de perceptie van het publiek meer veilig. In werkelijkheid zijn ze dat wel, maar dat is het nare: de goede banken lijden in dit verhaal onder de slechte. Dat is dus één desastreus gevolg: het vertrouwen in de financiele sector is ver te zoeken.

Het andere dramatische gevolg (waarvan we volgens mij alleen nog maar een beginnetje hebben gezien) is dat de financiele sector geen betrouwbaar werkende schakel in de economische motor meer is, maar eerder een kapotte. En daarmee hapert de motor die de economie draaiende houdt. Dat is beschamend, maar bovenal ernstig. Bovendien: laat niemand denken dat deze crisis over een aantal weken voorbij is. It has only just begun.

Wie de kat op het spek bindt, weet wat hij kan verwachten. De variabele beloningssystematiek binnen de bankwereld kent onvoldoende ‘checks and balances’om éénzijdig gedrag  te voorkomen. Dat heeft geleid tot activiteiten die ethisch discutabel zijn. Er zijn mensen met leningen opgescheept die hun nooit verkocht hadden mogen worden. Daaraan is erg veel geld verdiend door partijen, die hierop aangesproken zouden moeten worden. Het vertrouwen in de financiele sector is fors aangetast, en het is maar de vraag hoe snel de financiele sector deze crisis te boven is.
En ondertussen lijdt de economie, en daarmee de burger, de consument, de individu, dubbel en dwars.

Zoals gezegd is het niet de eerste keer dat er sprake is van een negatieve bijwerking van de financiele sector waarvan de burger de dupe geworden is. We hebben momenteel ook een “woekerpolis”-discussie in Nederland, en dat terwijl de kwestie van de aandelenleases nog maar tenauwernood is opgelost. En op kleinere schaal duikt er van tijd tot tijd wel eens een fraudeur op die onder valse voorwendsels misbruik maakt van een vaak grenzeloze naiviteit van individuen. En dat zul je waarschijnlijk ook altijd wel houden zolang er mensen zijn die in de kantine van de tennisclub of op verjaardagsfeestjes willen pochen met het extra rendement dat ze geboekt hebben door “slim” te beleggen”. Wat dat betreft haalt beleggen het gekste in een mens boven. Als echter de grote banken in de wereld onderwerp worden van een discussie over betrouwbaarheid van hun advies (wie dient men nu eigenlijk met zijn advies: de client of de bank zelf?) en als er een vraagteken gezet wordt bij de continuiteit van de banken, dan is het heil ver te zoeken.

Ooit ging Barings failliet doordat er in Singapore ongeoorloofde zaken plaatsvonden, terwijl het hoofdkwartier in Londen (vanwege het tijdsverschil) sliep. Tegenwoordig gebeurt het voor veel grotere bedragen, maar in dezelfe tijdszone, in het zelfde gebouw, vrijwel in het zicht van de bestuurders, in de dealing rooms op de hoofdkantoren van de banken. Dat is ook het enge van de situatie.

De goede banken lijden onder de slechte, ook dat is duidelijk en dat is tegelijkertijd erg pijnlijk. Het doet ook mijn ING-hart pijn, omdat ik weet hoe solide aldaar gestuurd wordt. En mijn bankiershart bloedt ook omdat ik zelf altijd zo de betrouwbaarheid van ‘de bank’ heb willen uitstralen en helpen versterken. Ik wil trots kunnen zijn op mijn beroep dat ik een kwart eeuw heb uitgeoefend en de sector die ik heb vertegenwoordigd. De huidige situatie helpt daar niet bij.

Om het vertrouwen in de financiele sector bij het grote publiek te herstellen, zullen de financiele sector en haar toezichthouders zich daarom wezenlijk moeten afvragen wat er moet gebeuren om de reputatie weer wat op te vijzelen. Ik heb het nog niet eens gehad over het verlies van ABNAMRO, en de gevoelens (en zorgen) van velen rondom Fortis, en de aantasting van de aantrekkelijkheid van Nederland als “international financial centre” waarmee wij onszelf vaak en graag (en terecht) profileren in het buitenland. Waar de Nederlandse financiele markt ooit een toonbeeld van rust en stabiliteit was, is het nu een in onbalans geraakt speelveld waar men elkaar onwennig aankijkt: wat is ons nu overkomen, en hoe komen we hier weer uit?

Mijns inziens vraagt deze crisis ook om een herijking van het toezicht en een omwenteling in het denken over de beloningssystematiek binnen de financiele sector. We zullen de ‘regiefunctie’ die toeziet op een stabiele en gezonde financiele sector (van de President van de Nederlandse Bank tot de Minister van Financien en inclusief indien nodig de Minister-President) aanzienlijk moeten versterken om onszelf weer op het juist pad te krijgen. Ook Nederland heeft niet al te gelukkig gehandeld de laatste jaren, het onheil zit bepaald niet alleen in Amerika.

Ik concludeer het met spijt, en met schroom, maar de financiele sector moet op de blaren zitten van de ellende die men zichzelf berokkend heeft. Verliezen nemen en ‘back to normal’, dat is mijn devies. De huidige variabele beloningssystematiek moet op de helling, en we moeten terug naar ‘normale’ salarissen en tantieme-regelingen die de voorgaande 150 jaar prima gefunctioneerd hebben. We moeten toe naar beloningsregelingen, die de bankiers  belonen voor hun bijdrage aan een gezonde economische situatie, en niet zozeer aan de eigen winst- en verliesrekening van de bank. Wie méér wil verdienen, mag van mij naar een Amerikaanse bank en zijn geluk aldaar in het casino beproeven met het risico failliet te gaan of genationaliseerd te worden.

Ik vermoed dat voor mijn oplossingsrichting gekozen zal worden in het belang van een gezonde macro-economische groei en een stabiele financiele sector, als de huidige crisis nog een tijdje doorettert. Maar een alternatieve route is er niet.

©R Koopmans
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Rutger Koopmans.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design De Graaf & Partners