“Wat is van waarde”

(En wat is de waarde van geld)

Wat is nu eigenlijk van waarde?
Als je spreekt over wat nu eigenlijk van waarde is in het leven, hoor je van diverse mensen soms hele diverse antwoorden, maar wél vaak met een grote overeenstemming:
• Je gezondheid
• Je gezin
• Je partner
• De wereld
• Het leven zelf
• Liefde
• Menselijkheid
• Eerlijkheid
• Enzovoort
Ik denk dat als u de vraag als een open vraag  stelt in een enquête, dat u absoluut niet ‘geld’ op de hoogste plaats ziet staan.
Toch, als we naar de wereld om ons heen kijken, zeker in de afgelopen 5 – 10 jaren, dan moeten we constateren dat monetaire waarden, economische en financiële waarden, wel heel erg sterk naar de voorgrond zijn gekomen. Hoe rijk je bent, hoeveel je verdient, hoe slim je investeringen zijn, waar je de hoogste creditrente op je spaargeld kan krijgen, het is allemaal wel héél erg belangrijk geworden. Het symptoom van de aanbidding van deze monetaire waarden noemen we in de praktijk ook wel de hebzucht.
“Alles van waarde is weerloos”,  een prachtige dichtregel van Lucebert. Het staat boven op een kantoorgebouw in Rotterdam, en ik heb de regel al vele malen gebruikt in mijn toespraken, met name dan kersttoespraken, en dat wil ik ook nu doen. Tja, dat spaargeld bij Icesave was ook wel weerloos, net als die hypotheken van de ING en net als die zogenaamde waarde van sommige aandelen. Ook de monetaire waarden zijn onder het juk gebracht van de spreuk van Lucebert.
Diezelfde dichtregel laat ons ook weer eens beseffen dat vele waarden wel erg ondergesneeuwd zijn in de afgelopen jaren, wel erg ondergeschikt gemaakt zijn aan de monetaire waarden, aan de hebzucht. Het lijkt wel alsof dat hele verhaal in één vlaag westenwind is overgewaaid vanuit de VS naar Europa, en via Engeland naar het vasteland van Europa.
Hoe dan ook, we moeten ons heel goed beseffen dat de crisis waarin we leven geen economische crisis is die is ontstaan door een aardbeving, een ‘act of God, niet door terroristen, een ‘act of terrorism’, maar door het gedrag van doorgaans heel netjes geklede mensen, ‘a human act’ dus. We hebben ons eigen systeem dolgedraaid en nu zitten we met zijn allen op de blaren. We wilden zoveel, en die vraag schiep een aanbod, of misschien was het wel andersom, maar dat doet er niet toe. Toen het nog goed ging met de economie, toen het financiële systeem nog niet ingeklapt was, toen klaagde er niemand. Maar toen de muziek ophield met spelen, had het orkest het ineens gedaan.
Ik zeg dat om aan te geven dat de crisis waarin we leven een morele crisis is. We zijn slachtoffer geworden van ons collectieve immorele gedrag. We hebben althans collectief de uitwassen niet weten in te tomen, de krachten om het te laten groeien waren groter en sterker dan de krachten om het op tijd bij te buigen. Ik heb dat zelf ook meegemaakt. Ik ben in 2007 wakker geworden toen ik de de prijs won van de International Association of Human Values, genaamd `Ethics in Business`. Ik werd nogal verrast door het aantal felicitaties dat ik daarmee kreeg. Plotseling voelde ik dat vele mensen mij een uitzondering vonden, terwijl ik voor mijn gevoel niets uitzonderlijks had gedaan om die prijs te verdienen. Dat zette me aan het denken.
Toen ik in het najaar van 2007 in het FD een economische crisis voorspelde, dacht men dat ik gek geworden was. Bovendien verdiende ING over 2007 nog eens € 9 miljard euro netto per jaar, dat is € 300 netto per seconde, 24 uur per dag, 7 dagen per week. Hoezo crisis? Toen ik in maart 2009 mijn contract inleverde, dachten ze nog steeds dat ik gek geworden was, slachtoffer van een naderende burnout. Ik zag de wereld gek worden, maar de wereld zag dat natuurlijk niet van zichzelf. Wat volgde, is geschiedenis.
De crisis waarin we leven toont aan dat het evenwicht tussen de diverse waarden hersteld moet worden. Er is niets fout met monetaire waarden, laat dat helder zijn. Maar de andere waarden verdienen méér gewicht in de schaal..
Gisteren bestond de heilstaat, die ooit DDR heette, 60 jaar. Ik mocht mijn kinderen uitleggen hoe dat zat voor 1989. Ik herinner me nog dat mijn kerk, de NH Kerk, in de jaren ’70 tochtjes organiseerde naar de DDR om daar met de mensen te spreken en vol bewondering kwam men terug.
Gisteren zei een aantal mensen voor de televisie: het gekke is dat wat we missen vandaag is de menselijkheid en de warmte die we in die dagen kende.
Nu zult u mij niet horen zeggen dat dat met de DDR te maken heeft, ik denk nl dat het met de hele wereld te maken heeft. En dat is een prettige constatering, want dat betekent dat we het ook zélf weer kunnen herstellen.
We zijn met elkaar in de afgelopen jaren de draad kwijtgeraakt, we zijn van de weggeraakt, en we krabbelen nu vanuit de berm weer op. Het besef dat we niet terug moeten op de snelweg die we net met een grote klap verlaten hebben, is nog niet overal doorgedrongen. Eigenlijk weten we niet precies hoe we verder moeten.
Ik wil in het vervolg van mijn analyse daarom nader ingaan op het begrip ‘geld’. Als dát namelijk zo’n verlammende indruk op ons heeft dat we onszelf er door in een crisis laten storten, dan moeten we zien hoe we dat gevaar kunnen beteugelen. Geld: een lust voor de één, een last voor de
ander. Hoe zit het nu eigenlijk met de waarde van geld?

De wondere wereld van het geld

Ik neem u graag mee in de wondere wereld van het geld. Of heeft u het liever over “de duistere wereld van het geld”. En als u dat doet, duidt u daarbij dan op het duistere gedrag van mensen die in die financiële wereld hun geld verdienen en die de wereld in zoveel ellende hebben gestort, althans volgens de publieke opinie. Of duidt u daarbij op de duisternis die geld bij u oproept. De onzekerheid of u er wel genoeg van heeft. De onzekerheid of u er wel slim mee omgaat. De onzekerheid of u en uw partner wel op één lijn zitten als het om geld gaat. De onzekerheid of u morgen nog wel heeft wat u morgen misschien nodig heeft, of nog erger: denkt nodig te hebben. Wat een opvallende observatie eigenlijk, zo aan het begin van mijn analyse: geld roept meer onzekerheid op dan je lief is.
Mijn belangrijkste doel in deze analyse is om dat probleem voor u te ontrafelen en hanteerbaar te maken. Laten we het simpel houden, dichtbij onszelf en met oog voor de emotie die daarmee gepaard gaat.

Maakt geld gelukkig?

Dat is natuurlijk de hamvraag. Ik ken mensen die hartgrondig “nee” antwoorden. Ik ken er ook die daar meteen tegenin gaat en die er dan aan toevoegen “gelukkig maken ze geld”. Gevraagd naar voorbeelden van mensen die gelukkig zijn geworden van geld, wordt vaak verwezen naar de glossy magazines, naar de BN’ers, naar mensen die men vaak zelf niet kent.
Het opvallene hierbij is dat er bijna nooit gevraagd wordt of geld ook ongelukkig kan maken, maar als je het daarover hebt weten mensen vaak razendsnel voorbeelden te noemen in hun eigen omgeving van mensen die van veel geld niet gelukkig zijn geworden, of mensen wier gezinnen of families uit elkaar gerukt zijn door geldkwesties.
De conclusie zou dan ook mogen luiden dat we niemand kennen in onze persoonlijke omgeving die gelukkig is geworden van méér geld, maar dat we ons veel méér kunnen voorstellen dat je van meer geld minder gelukkig wordt.
Ook dat thema wil ik hier behandelen: word je er nou gelukkig van of niet? Ik vind dat we allemaal recht hebben op het antwoord op die vraag.

Hoeveel geld heb je nodig?

Hoeveel geld heb je eigenlijk nodig om gelukkig te zijn? Ai, dat is een directe vraag, en ook een heel persoonlijke vraag. Ik weet uit ervaring dat iedereen die vraag anders beantwoordt. Laten we ook vanavond de test weer eens even doen.
Ik stel u dus nu op de man/vrouw af de vraag: hoeveel geld heeft u volgens u zelf nodig om gelukkig te zijn?
Natuurlijk gaat u zich nu meteen afvragen wat “gelukkig zijn” betekent. Ook dát is persoonlijk. En op het moment dat u zichzelf díe vraag stelt, weet u waarschijnlijk al meteen dat het antwoord op de vraag over de hoeveelheid geld een stuk relatiever is dan het antwoord op de vraag wat gelukkig zijn voor u eigenlijk betekent. Als dat zo is, pleit dat voor u zou ik bijna willen zeggen.
Maar daarmee is het antwoord nog niet gegeven. Daarom vraag ik u een bedrag te noemen waarbij u voor zichzelf het gevoel heeft dat al uw wensen en ambities, voor zover die door geld kunnen worden gerealiseerd, realiseerbaar zijn. U leeft daarmee vanaf nu uw leven op de voor u meest gelukkige manier, onafhankelijk van de vraag of u daarvoor wel het geld heeft. Werken of niet werken, het wordt een echte keuze. En zo zit het met alle andere keuzes in het leven: vanaf nu worden ze niet meer gedreven door de vraag of daarvoor wel het geld heeft.U bent vanaf nu financieel onafhankelijk in het diepst van uw gedachten, en daarmee ook geestelijk onafhankeljk. Wat een gelukzalig gevoel! De vraag is: welk bedrag hoort daar voor u bij? Schrijf dat nu op en lees dan pas verder.

Geld en de piramide van Maslow

We duiken even de wetenschap in, maar we houden het licht. De psycholoog Maslow heeft zijn beroemde behoeftenhiërarchie geïntroduceerd om daarmee aan te geven wat mensen gelukkig maakt. Welke fundamentele behoeften moeten in welke volgorde bevredigd worden om iemand gelukkig te laten zijn? De reeks volgens Maslow luidt:
1. fysieke behoeften (eten, drinken, ontlasten, sex)
2. veiligheid en zekerheid
3. sociaal contact
4. waardering en erkenning
5. zelfontplooiing
Waar plaatsen we dus ‘geld’?  Dat is een interessante vraag. Het antwoordt moet luiden dat geld eigenlijk op alle lagen van de piramide een rol speelt.
Allereerst is geld een middel, dat zien we in één oogopslag als we naar deze reeks kijken. Je hebt eventueel geld nodig voor sommige fysieke behoefte, bijv om te eten en te drinken, maar poepen en plassen is gelukkig gratis.
Het hebben van genoeg geld geeft wel een gevoel van veiligheid en zekerheid. Ik moet altijd denken aan mijn vader die bij een reis van langer dan twee dagen een reis- en bagageverzekering afsloot. En vanuit mijn ervaring in de directie van Nationale-Nederlanden (“wat er ook gebeurt”) weet ik dat ‘veilgheid en zekerheid’ precies de fundamentele behoefte is die vele mensen een verzekering doet afsluiten, of ze die nou objectief gesproken nodig hebben of niet.
Geld helpt natuurlijk enorm met het krijgen van sociaal contact. Rijke mensen hebben altijd vrienden, altijd kennissen, altijd partners die sex met ze willen hebben. De vraag is natuurlijk of dat nou meteen de rijke mensen blij engelukkig maakt, of de bijen die op hun honing afkomen. U merkt, het wordt allemaal al wat vager. Want je hebt natuurlijk niet echt geld nodig om sociale contacten te maken. En voor de hoogste vorm van geluk, volgens Maslow dus zelfontplooiing heb je al helemaal geen geld nodig.

Geld en ethiek

Er is een gekke relatie tussen geld en ethiek, geld en eerlijkheid, geld en normen en waarden. Het hebben van heel veel geld levert in de ogen van sommigen een onafhankelijkheid op waarmee je je onethisch handelen kunt veroorloven. Je hoeft jeniet meer aan de regels van de eerlijkheid te houden, sterker nog: als je zo rijk bent, zul je er wel het nodige oneerlijks voor gedaan hebben.
Misschien kunnen we dat wel het Bonny & Clyde symdroom noemen, of de Ronnie Biggs factor. OK, je overtreedt de wet, doe het dan in één keer goed en ren weg met de poet. Daar vinden we op de één of andere manier ook wel  weer wat sympathieks in zitten.
In de bonusdiscussie zitten we heel anders, daar vinden we in grote getale de lui die grote bonussen ontvangen hebben eigenlijk oneerlijk, alhoewel die mensen niets meer en niets minder dan een contractuele vergoeding ontvangen hebben. Waarom niet de mensen bekritiseren die deze vergoeding met ze afgesproken heeft? Toch vindt menigeen het ontvangen van een grote bonus een onethisch gebaar.
Een andere observatie ten aanzien van geld en normen en waarden is dat gedrag van mensen soms duidelijk beïnvloedbaar is door geld. Of liever gezegd: ook met geld. Corruptie en omkoping is een aspect dat we overal ter wereld zien. Maar ook meer in het algemeen geldt dat als er veel geld op het spel staat, meningen en gedrag van mensen beïnvloedbaar zijn. Als er heel veel op het spel staat kiezen sommige mensen eieren voor hun geld (of dus eigenlijk andersom: geld voor hun eieren).
Laat ik een paar voorbeelden nemen, en besist u maar voor uzelf waarin u zich het meeste herkent:
1. Stel u pint € 300,= en de machine maakt een fout, en blijft maar vijftigjes uitpoepen, ook al staat er op de kwitantie alleen het ingetoetste bedrag, wat doet u dan?
2. Als u mij € 20 schuldig bent, heeft u een probleem. Bent u mij € 2.000.000,= schuldig, dan heb ik een probleem.
3. Een man en een vrouw zitten aan een tafel, en dan vraagt de man: als ik jou € 1.000.000,= geef, ga je dan met me naar bed? De vrouw antwoordt na enig denken bevestigend, waarop de man een briefje van € 50 op tafel legt en haar wenkt mee te komen.
“Wat denk je wel dat ik ben?”, vraagt de vrouw verontwaardigd.
“Dat hebben we net al bepaald”, zegt de man, “nu zijn we aan het onderhandelen”.
Is geld méér waard dan vriendschap? Word je vrienden met iemand omdat hij veel geld heeft. Blijf je vrienden met iemand ook al heeft hij plotseling veel méér geld dan jij? En als hij plotseling arm is, help je hem dan nog als vriend uit de brand?
Heeft u wel eens ruzie met iemand over geld?
Oh, en om de meest voorkomende bron van een fikse familiediscussie maar eens te benoemen: hoe gaan we met elkaar terzake van erfenissen, en testamenten om?
Al met al zou je kunnen zeggen dat er heel wat moraliserende discussies, over wat mag en niet mag, wat hoort en niet hoort, wat eigen schuld is en eigen verdienste, gevoerd worden naar aanleiding van het thema “geld”.

De goede kanten van geld

We mogen natuurlijk niet uit het oog verliezen dat je ook heel veel goede dingen met geld kunt doen, en dat er ook heel veel goede dingen met geld worden gedaan. Je kunt je eigen dromen helpen realiseren, je kunt andermans dromen helpen realiseren, je kunt je kinderen laten studeren, je kunt geld schenken, je kunt mooie dingen in stand helpen houden, kortom er zijn tal van goede dingen te bedenken waarvoor je je geld kunt aanwenden.
Dat lijkt misschien allemaal een open deur, maar het ís wel zo (daarom is de deur ook open) en het gebeurt ook heel veel. Er zijn tal van goede gevers, veelal anoniem, die bepaalde doelen een warm hart toedragen. Op die manier krijgt hun geld nóg meer waarde, zou je kunnen zeggen.
Eén van de allermooiste goede kanten van geld heb ik de afgelopen jaren leren kennen in het microkrediet. In India hebben zo’n 25 miljoen vrouwen zich hierdoor een weg weten te banen uit de armoede. Als het dat heel goed analyseert zie je meteen dat geld niet de bepalende factor bij dat succes was, maar wél een katalysator of een heel plat en vaak tijdelijk middel.

Schaduwzijden van geld

Zo langzamerhand zijn we al tegen heel wat schaduwzijden van geld aangelopen. Laat ik er nog eens een paar noemen
• geld verdeelt mensen meer dan dat het ze bindt. Je kunt vreselijke ruzies krijgen over geld. Binnen je relatie, binnen je vriendenkring, met je directe omgeving. Ik ken weinige families of relaties waarin er nooit een ‘issue’ over geld is, dus dat de één de ander verwijt dat hij of zij te veel geld uitgeeft of dat men de ander juist ‘een potter’ vindt die door dit gedrag een ieders geluk in de weg staat.
• Geld leidt ook tot die klemmende onzekerheid over de  vraag of je nog wel genoeg hebt, ook voor straks. Dat valt bijna te vergelijken met de verslaafde roker die zich permanent afvraagt of hij nog wel genoeg sigaretten in huis heeft, en die plan B altijd in zijn achterhoofd houdt.
• Geld leidt tot een oneigenlijk rangorde tussen mensen, alsof iemand met veel geld geslaagd is en iemand met weinig geld niet. Vroeger praatten we nooit over salarissen, het was ook een publieke erecode om dat onderwerp in de privé-sfeer te houden. Sinds een paar jaren, minder dan een decennium vermoed ik,  zijn alle salarissen transparant geworden, en zien we ook telkens de lijstjes wie hoeveel verdient. De “Balkenende-norm” is in dit verband echt de ‘sufheidsnorm’ geworden in de discussies: dat verdien je toch niet, daar ga je toch vér over heen? Dat was vroeger nooit en te nimmer een onderwerp van gesprek, laat staan van een publiek oordeel.
• De Quote 500-lijst probeert al jaren een hitlijst te zijn voor de allerrijksten en koppelt daaraan de impliciete conclusie dat dit ook de meest gewaardeerde en erkende mensen zijn. Dat levert komische situaties op. Enerzijds ken ik vele mensen die de laatste Quote-lijst nauwkeurig narekenen en eventuele foutieve berekeningen meteen corrigeren bij de redactie. Tegelijkertijd ken ik even zovele mensen die ervan genieten dat ze nog steeds niet op hun echte rijkdom berekend zijn door de Quote en die dat zo lang mogelijk zo zouden willen houden. Blijkbaar geldt voor hun geld niet als bron van waardering en erkenning en mogelijkheid tot zelfontplooiing. Dat zijn de mensen die zich dagelijks beschermen tegen de profiteurs, tegen de ‘gold diggers’, tegen de aasgieren, tegen de onechtheid van de PC Hooftstraat. Mensen die proberen níet de weg kwijt te raken ook al zijn ze nu puissant rijk. Mensen die hun anonimitiet met man en macht beschermen. Ik bedoel: je zult maar Marco Borsato heten, of Johan Cruijff.
• Geld maakt gierig (Dagobert Duck), of is dat verdedigingsgedrag? Vinden we met zijn allen dat degene die rijk is ook veel meer moet weggeven, eigenlijk dat zo iemand zijn/haar rijkdom weer zo snel mogelijk moet uitdelen zodat we onze maatschappelijke gelijkheid weer hersteld hebben? Of is het daadwerkelijk zo dat iemand die rijk is zó ontzettend wordt belaagd door allerlei horzels en bloedzuigers dat hij/zij ter verdediging een muur om zichzelf optrekt?
• geld maakt onverzadigbaar:  ‘much needs more’; dat is een herkenbaar fenomeen, en dat geldt niet alleen voor geld overigens. Je ziet dat ook wel om je heen, die verzamelwoede. Behalve dat mensen steeds méér willen hebben, worden ze met name banger dan bang dat ze steeds mínder hebben. Dat heeft met name te maken met de beurs. Ook dat is een heel gekke ontwikkeling van ongeveer de laatste tien jaar. Tegenwoordig leven we met zijn allen iedere dag mee met de opening van de AEX, de ontwikkeling van de AEX door de dag heen en natuurlijk met de sluiting om half 6. En waar hebben we het dan eigenlijk over? Niet over de economie, niet over de vraag of het goed gaat met ons land, niet over wezenlijke zaken. Nee het enige waarover we het hebben is de stand van ons vermogen. Eingelijk dus letterlijk wat we Dagobert Duck altijd zien doen in de strips: we zijn ons geld aan het tellen, procentje erbij, half procentje eraf. En de vraag is: so what?

Gevraagd: zelfredzaamheid

De grootste schaduwzijde van geld is dat je er mee om moet kunnen gaan, want als je niet met geld kunt omgaan is het een ramp, letterlijk om gek van te worden.
Ik denk dat dit één van de meest onderbelichte zaken is met betrekking tot geld. Het is ook een witte vlek in ons onderwijssysteem is. Ik denk óók dat dit een van de kerntaken van het bankwezen zou moeten zijn, in samenwerking met de overheid. We moeten mensen leren zelfredzaam te zijn met geld. Mensen moeten weten wat sparen is en wat lenen. Mensen moeten weten waarom je moet sparen en wanneer juist niet, en mensen moeten weten waarvoor ze verantwoord kunnen lenen en wat ze als onverantwoorde uitgave moeten zien. Eigenlijk zou je kunnen zeggen dat we als maatschappij pas met maatregelen, zoals budgetteringslessen, voorlichting en schuldhulpverlening komen op het moment dat het kalf al verdronken is. We laten iedereen maar zwemmen zonder diploma, en als er een paar verzuipen of bijna verzuipen grijpen we in, soms nog net op tijd, meestal te laat. We laten ze door het verkeer rijden zonder rijbewijs en statistisch verongelukken er dan dus méér dan een paar. Dat noemen we dan een probleem, maar wie heeft dat probleem nu veroorzaakt?
Vroeger was dat misschien wel beter geregeld dan tegenwoordig. Op school kocht je spaarzegels, die je in je boekje plakte, en met een vol boekje ging je naar de Rijkspostspaarbank. Als je een tiener was, spaarde je met de Zilvervloot. En later was er de Pennimaat voor de allerjongsten. Allemaal middelen waarmee we in ieder geval de jeugd leerde om met geld om te gaan. En ‘met geld omgaan’ betekent eigenlijk ‘weten wat de waarde van geld is’.
Ik ken heel veel mensen die niet precies weten hoe met geld om te gaan, en dat is nu precies de kern van de onzekerheid waarover ik in het begin repte. Het is de onzekerheid die mensen zich kwetsbaar doet voelen, niet weten of je het wel goed gedaan hebt, de neiging hebben je voor veel te veel dingen te verzekeren, de neiging om in termen van ‘pensioengaten’ te denken op het moment dat je niet 70% van je laatstverdiende loon krijgt na je 65e levensjaar zonder dat iemand ooit uitgerekend heeft ofje dat op je 70ste of 80ste nog nodig hebt.

Hoeveel geld heb je nodig?

Terug naar de vraag hoeveel geld je nodig hebt om gelukkig te zijn. Ik ben benieuwd wat u heeft ingevuld. Ik vraag me af in hoeverre uw bedrag in relatie staat tot de hoogte van de hypotheek die op uw huis heeft, als u een hypotheek heeft.
Op basis van alle antwoorden die ik tot nu toe in mijn leven gehoord heb (en dat zijn er vele geweest, want ik stel de vraag al lange tijd!) durf ik de stelling aan dat de grensnutwaarde van geld, dus de waarde van de iedere extra euro, sterkt afneemt boven het niveau van de hypotheekschuld.

Armoede

Waar rijkdom is, is ook armoede. Waar armoede is, is uitsluiting, isolement en eenzaamheid. Armoede is namelijk niet een functie van geld alléén. Armoede is ook relatief. Armoede in Afrika en Azië kan betekenen dat je rond moet komen van $ 1 – 2 per dag. Armoede in Amerika betekent dat je in grote getale in tenten woont omdat je geen huis meer kunt betalen.  Armoede in Nederland is dat je rond moet komen van minder dan € 12.000,= per jaar, of € 14.000,= als je een éénouder bent of € 16.000,= met een gezin. Armoede is dus ook een lokaal gedefnieerd begrip.
Belangrijk is echter dat armoede betekent ‘er niet bij horen’, ‘niet mee mogen doen’, constant het gevoel hebben dat sommige dingen er niet voor jou zijn. En als je je dan laat veleiden tot een consumptief krediet en in een impuls een flatscreen koopt, krijg je ook meteen te horen “wie doet dat nou ook als hij zo arm is, dan is het ook je eigen schuld”. En daar lig je dan in de hoek waar in mijn herinnering van de Bijbel altijd de melaatsen lagen: de hoek waar je niet mee doet. Niet zelfredzaam en met te weinig geld om dit te compenseren.
Denk u nu niet dat armoede een klein probleem is. Volgens Europese statistieken is zo’n 1 op de 10 mensen in Nederland arm, in Amsterdam spreken we zelfs over 1 op de 5. Dat zijn er hier in de stad dus 150.000, onder wie zo’n 40.000 kinderen, en onder wie ongeveer de helft van alle éénoudergezinnen. Van die groep zit dan nog een gedeelte in de schuldhulpverlening, en dat is overigens een systeem dat niet werkt, enerzijds omdat het structureel verkeerd is opgezet, en anderzijds omdat het belabberd wordt uitgevoerd.
Verrassend genoeg weten we heel weinig over armoede, anders dan dat het hebben of verliezen van een relatie of van betaald werk een belangrijke reden is van instroom en van uitstroom. Maar wat er nu precies toe leidt dat mensen arm worden of wat mensen die succesvol uit de armoede gekomen zijn nu precies gedaan hebben, weten we eigenlijk ook niet.
In Nederland vangen wij de mensen die in armoede geraken op in een fijnmazig web, dat ‘de verzorgingsstaat’ heet. Met de beste bedoelingen opgezet in de na-oorlogse jaren lijk t het steeds vaker op een doolhof waar je óf niet in kan óf niet meer uitkomt. Je moet in ieder geval taalvaardig, bureaucratisch vaardig en zeer doortastend zijn, niet bepaald eigenschappen die bij alle lagen en soorten van de bevolking in evenredige mate voorhanden zijn.
In India en Bangla Desh hebben ze in de afgelopen 25 jaar andere oplossingen gevonden voor het armoedeprobleem, al zijn ze er ook daar nog lang niet uit. Mohammed Yunus draaide het paradigma om en bestempelde een groep die volgens de gangbare norm niet kredietwaardig was op een gegeven moment tot kredietwaardig. Het werden de cliënten van zijn Grameen Bank, en tweederde van al zijn cliënten zijn nu, 30 jaar later, niet meer arm. Yunus gaf ze de hengel, in plaats van de visjes, en hij leerde ze vissen. Wij roepen misschien nog te veel en te vaak: we hebben recht op vis!

De lessen om mee te nemen:

1.  u heeft niet méér geld nodig dan wat benodigd is om u gelukkig te maken; als u dat nu dus al bent, heeft u niet veel meer nodig. Laat u vooral niets aanpraten! Uw geluk wordt niet bepaald door uw geld, maar door heel andere zaken. In die zin is geld dus minder waard dan heel veel andere dingen in uw leven.
2. heeft u schulden, bijvoorbeeld een hypotheek? Dan ligt uw ideale geldbezit waarschijnlijk op 125% waarde van uw hypotheek, daarboven wordt geld eerder een last dan een lust. Heeft u geen schulden: tel uw zegeningen. U bent er waarschijnlijk achter gekomen dat u nog maar heel weinig extra geld nodig heeft, als u al onvervulde wensen heeft. In ieder geval bent u minder dan een Staatsloterij verwijderd van uw Nirvana.
3. over geld moet je kunnen praten met je partner, zo niet dan moet je alle en-of contacten voorkomen (AIDS). Over geld moeten we veel minder open zijn in de maatschappij, want we maken elkaar er alleen maar gek mee.
4. de grootste behoefte als het om geld gaat is die aan ‘zelfredzaamheid’, en daar moeten we met elkaar aan werken. Wie zichzelf kan redden met het geld dat hij/zij verdient of heeft, heeft de ideale waarde voor zichzelf gevonden.
5. en laten we ten slotte niet vergeten met de conlusie waarmee we deze analyse begonnen: eigenlijk is geld van heel weinig waarde voor ons geluk. En eigenlijk zijn we op dit moment verplicht de werkelijke waarden die ons gelukkig maken te benoemen, te rangschikken, te waarderen, en ernaar te leven.

Dan hebben we een rijk leven.

Rutger Koopmans
©8 oktober 2009
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Rutger Koopmans.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design De Graaf & Partners