PvdA in crisis

De Partij van de Arbeid verkeert waarschijnlijk in de grootste crisis sinds haar oprichting in 1946. De partij is dus nu 63 jaar oud, en het is maar de vraag of de partij haar AOW-leeftijd wel haalt. Dat is een wrange constatering voor een beweging die vanuit ‘de vernieuwing’ is ontstaan en die aan haar eigen vertrutting dreigt ten onder te gaan.
Het typerende van een crisis, zeker binnen een politieke partij, is dat het altijd lijkt te gaan om personen. Mannetjes en vrouwtjes, waar je vóór of juist tegen kan zijn. Meestal was iedereen een paar jaar geleden nog vóór, en is diezelfde meute nu zo langzamerhand tegen. Ik vraag me dan af: zeggen die mensen nu dan andere dingen dan toen? Zijn ze anders geworden? Meestal is geen van beide het geval, en dat betekent dat er iets anders aan de hand moet zijn.
Wouter Bos ligt onder vuur, al een hele tijd, alleen durft niemand het hardop te zeggen. De manier waarop hij na de Europese verkiezingen korte metten maakte met zijn eigen lijsttrekker was van hetzelfde niveau waarmee hij zijn eigen Waterloo zal vinden. Ik bedoel: mes in de rug.
Zijn volgende slachtoffer heet Mariët Hamer, en als het moet in één moeite door de nietszeggende en nietsdoende partijvoorzitter Ploumen maar die doet er al lang niet meer toe. Bos houdt al een jaar lang de schijn op dat hij Nederland redt in een crisis die volgens hem de meeste ernstige in de geschiedenis is. Daarmee benoemde hij zichzelf tot de meest belangrijke Minsiter van Financiën in de geschiedenis van Nederland. Hij vergeet dan gemakshalve dat één van zijn voorgangers, Wim Duisenberg, een oliecrisis over zich heen kreeg die Nederland in een internationaal isolement zette, en die crisis kundig pareerde. Eén van diens voorgangers was Jelle Zijlstra, die een onuitwisbare rol heeft gespeeld in de wederopbouw van Nederland. Eén van diens voorgangers heette Piet Lieftinck, en die Minister ontwierp na de Tweede Wereldoorlog zelfs een nieuw geldstelsel, “het tientje van Lieftinck” was toen de gevleugelde uitspraak. Ik bedoel maar : Wouter, wees bescheiden, je komt net kijken.
Maar Wouter  ís niet bescheiden, en dat luidt ook zijn ondergang in. Wouter heeft een blinde ambitie en die heet Wouter. Daarvoor moet alles wijken en daaraan is alles ondergeschikt. Wouter verbindt zich dus niet met zijn omgeving, maar verbindt zich alleen met zijn eigen lot. Daarmee sleept hij iedereen in zijn val mee. De partij staat nu op 14 zetels in de peilingen, en als het niet tegenzit worden dat er niet héél veel meer als er in 2010 weer Tweede Kamer verkiezingen gehouden worden. Het valt voor de partij te hopen dat die niet eerder worden uitgeschreven.
En dus is er een roep om Job Cohen, en bij anderen om Eberhard van der Laan. Zoals ik al zei: poppetjes, poppetjes, allemaal poppetjes. Het is een discussie die de partij ook niet veel verder gaat helpen. Het is een illusie te veronderstellen dat het met de Partij van de Arbeid onder Job Cohen zoveel beter zal gaan. Ik vind Cohen namelijk één van de zwakste burgermeesters die Amsterdam heeft gekend. Een bestuurderige bestuurder. Een warm mens maar een zwakke beslisser. Een man van het woord, maar niet van de daad. Meer een wetenschapper, een beschouwer, dan een doener. Niet iemand die op de fiets door de stad gaat en de vinger op de zere plek legt of zijn oor te luister legt. Hij is de regent die zich terugtrekt in zijn bestuurlijke burcht en op afstand het veld overziet. En zo kon het voorkomen dat het belangrijkste, duurste dossier in zijn burgermeesterperiode, de Noord-Zuid lijn, compleet uit de hand liep, compleet uit de kosten liep, compleet vastliep, terwijl de burgermeester toekeek. “Van een afstand”, zoals hij zelf zei. De hemel verhoede dat zo’n man de partij gaat leiden, of nog erger: het land. Dan kunnen we de politieke macht maar beter meteen bij de departementen leggen, want dan worden er weinig lijnen uitgezet. We zullen prachtige betogen horen, mooie essays lezen, maar daden zullen we niet kunnen noteren. Job Cohen is het type adviseur dat iedere bestuurder zich zou wensen. Het is het type bestuurder waarvan iedere adviseur denkt: doe nou eens wat. Dat is niet de juiste set van competenties om een partij te redden en een land uit het slop te trekken.
Maar ik zei u al: het gaat ook eigenlijk helemaal niet om de poppetjes, de mannetjes en de vrouwtjes. Dat willen ze bij de PvdA maar niet horen of begrijpen. Waar het wél om gaat is de boodschap, datgene waarvoor de PvdA wil staan. Die boodschap is zo hopeloos verouderd. Die boodschap is zo hopeloos ver verwijderd van de dagelijkse werkelijkheid. Die boodschap is zo ver verwijderd van de normen en waarden zoals die nu maatschappelijk gedragen worden. Die boodschap is zo elitair, zo wit, zo burgerlijk, zo Sonja Barend, zo Joop den Uyl, zo jaren ’70, daar stemt alleen nog maar een vergrijzende academische witte elite op, tenminste als ze niet naar D’66 of Groen Links afgegleden zijn. De échte oude linkse rakkers van de PvdA zitten allang bij Groen Links of hebben zich verbonden met de SP. De PvdA hééft welbeschouwd geen boodschap meer anders dan die van een grijze middenmuis.
Ondertussen leeft de arrogantie vrolijk verder. De partij gedraagt zich alsof men nog steeds 53 zetels heeft, de historische uitslag van 1977. En dat terwijl men op dit moment een randgegeven is in de Nederlandse politiek, en in de Nederlandse maatschappij. De boodschap spreekt slechts nog een kleine 10% van de kiezers aan, ooit was dat één derde. Dáár ligt het eigenlijke dilemma voor de partij: maken we een breuk met het verleden, herschrijven wij onze partijdogma’s en verfrissen we onszelf naar het beeld van de 21ste eeuw. Ook daarvoor heb je andere personen nodig dan Bos of Cohen, maar méér dan om de personen gaat het om de boodschap.
De vorming van de verzorgingsstaat wordt historisch altijd geclaimd door de PvdA, alhoewel dat feitelijk onjuist is. De KVP (Klompé, grondlegger van de Bijstandswet) en de ARP (Veldkamp, grondlegger van de WAO) droegen daar in gelijke mate toe bij. Het is diezelfde verzorgingsstaat die op dit moment herijking behoeft. Eénvierde van onze beroepsbevolking zit momenteel inactief buiten het arbeidsproces, en draagt niet bij tot het bruto nationaal product. Dát is de tikkende bom onder de economie, die een veel hardere knal teweeg brengt dan de huidige economische crisis. Tegelijkerijd brokkelt het draagvlak onder de huidige verzorgingsstaat in snel tempo af, en dat heeft niets met Wilders te maken. Het is de geur van stilstaand water en rottend vlees.
Een nieuwe verzorgingsstaat filosofie, dat is wat nodig is. Een nieuwe partij, misschien ook dat. En laat de PvdA dan maar zijn achterhoedegevecht blijven voeren totdat het, net zoals de CPN en andere roemruchte partijen met grote verledens, geen toekomst meer heeft en als een nachtkaars uitgaat.

©10 oktober 2009
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten
Rutger Koopmans.
Standaardsite gemaakt met website software van Ziber | Design De Graaf & Partners